Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE TWEEDE KAMER

heffen. Het ontwerp droeg dus een gezond autonoom karakter.

Een provincie zou zijn een complete staatseenheid, wanneer alles volgens het wetsontwerp werd geregeld. Dan zouden er zijn een gouverneur, een provinciale raad, gedeputeerden gekozen door den provincialen raad, een secretaris, tevens secretaris van het gewestelijk bureau, en een resident ter beschikking, die den gouverneur zou kunnen vervangen.

Het gewestelijk bureau, valschelijk voorgesteld als een met macht bekleed Regeeringsbureau, dat eigenlijk over den provincialen raad zou regeeren, zou bestaan uit adviseurs en technici, geheel ten dienste van den provincialen raad, en bestemd zijn om zich te ontwikkelen, gelijk hier, tot provinciale griffie. Een gewestelijk bureau als het voorgestelde was volstrekt noodig, zooals spreker met nadruk aantoonde. Hij begreep dus niet, hoe men zeggen kon, dat men hier alleen te doen zou hebben met ambtelijke decentralisatie.

Ook de regentschappen zouden eenzelfde karakter dragen als de provinciale eenheden en in nog ruimeren zin autonoom zijn. Ook zij zouden vormen een staatseenheid met medebestuur en autonomie.

Kwam men nu tot de niet tot provincie aangewezen gewesten, dan vond men daar een gouverneur, geheel ambtelijk bestuurder, met een gewestelijk bureau, eveneens geheel van dien aard. Ook die gewesten waren in den gedachtengang van het ontwerp bestemd in de toekomst zich te ontwikkelen tot provinciën, omvattend kleinere zelfstandige gemeenschappen in den trant der regentschappen op Java.

In het ontwerp was dus wel degelijk gegeven wat beloofd was aan de bevolking: medezeggingschap en autonomie in de plaatselijke en gewestelijke besturen.

Spreker verklaarde hiermede te kunnen eindigen, indien hij niet had een woord van critiek tegenover den Minister. Het rapport der Herzieningscommissie met bevreemding beoordeelend, wat aanging de daarin aangetroffen beschouwingen ten aanzien van het vraagstuk van een unitarisch dan wel een federalistisch bestuursstelsel voor Indië, zou spreker bij voorkeur gezien hebben dat de Minister zich voor het laatste had verklaard.

Resumeerend kwam hij tot de conclusie, dat de voorgestelde herziening een goede onderbouw was voor een centraal bestuur,

Sluiten