Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE TWEEDE KAMER

bestuurders van de beste eigenschappen, die werkelijk ten volle onze hoogachting verdienden".

Men had nog een opmerking gemaakt naar aanleiding van de voorgestelde wijziging in het vijfde lid van artikel 132 van het Regeeringsreglement. Zooals die alinea luidde — merkte ik op — moest voor de niet door den Gouverneur-Generaal te benoemen leden van den Volksraad de keuze plaats vinden door de leden van de gewestelijke en plaatselijke bestuursorganen, ingesteld krachtens artikel 68a van het reglement. Gelijk de toelichting duidelijk had doen blijken, was de thans voorgestelde verandering, luidens welke de regeling van dit punt aan eene algemeene verordening zou worden overgelaten, niets anders dan een oplossing voor het oogenblik, nu men nog niet wist, welke organen bij de toepassing der nieuwe bepalingen gevormd zouden worden. Een omschrijving in den bestaanden trant zou daarvoor niet ruim genoeg kunnen blijken. De strekking was intusschen geene andere dan dat, zoolang nog niet de bevolking in wijderen kring daarbij kon worden betrokken, de keuze ook voortaan in beginsel zou geschieden door de leden van dezelfde lichamen, als tot dusver in het algemeen daarvoor waren aangewezen.

Herinnerd aan het feit, dat door Dr. Scheurer nog met een enkel woord de organisatie der gewestelijke bureau's was behandeld, wees ik er op, uit de pers het verwijt te hebben vernomen, dat het in de bedoeling zou liggen, om ook in de autonome gewesten, de provinciën, het bestuursbureau te doen zijn een instelling in ambtelijken dienst der Regeering. Terecht was die opvatting door genoemden afgevaardigde bestreden. Het sprak vanzelf, dat naarmate de provincie voor de vervulling van haar taak een wèlingericht bureau zou vorderen, de toerusting al meer zou weergeven wat de provinciale griffie hier te lande is. Aan den anderen kant sprak het evenzeer van zelf, dat in het eerste stadium van ontwikkeling dat bureau wat aanging de provinciale taak nog zeer beperkt zou zijn. Daarnaast zou in dat tijdperk voor die instelling een meer uitgebreide taak staan als Landsbureau, ten dienste van den Gouverneur in diens ambtelijke bestuursvoering.

Hiermede meende ik de verschillende sprekers beantwoord te hebben. Ten slotte sprak ik ook van mijn kant den ernstigen wensch uit, dat de Kamer het wetsontwerp zou willen aannemen met groote meerderheid, opdat in algemeene samenwerking aan

Sluiten