Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

onthouden van de voorstelling als zou van de Regeering en van de Regeeringsambtenaren een stelselmatig streven te duchten zijn om alle ontwikkeling van dien aard te stuiten. Wat in dit opzicht bereids tot stand was gebracht op den grondslag der wetgeving van het jaar 1903, was integendeel te danken geweest in groote mate juist aan den steun van de Regeering en hare ambtenaren. Het sprak van zelf, dat ook op dit punt in Indië, evenals overal, menschen zouden voorkomen met bekrompen opvattingen. Tegenover dergelijke invloeden moest het centraal gezag aldaar zich stellen en wanneer ook daarbij de noodige stuwkracht ontbrak, de Minister.

Men had — zeide ik — in de Kamer een beroep gedaan op het zoogenaamde „blauwe boekje", waarin verschillende uitknipsels waren weergegeven uit dagbladen en dergelijke en allerlei opmerkingen van hoogleeraren en niet-hoogleeraren. Het speet mij, dat beoordeelingen in anderen geest daarin ontbraken. Zoo had ik gaarne mede de beschouwingen daarin gezien van den Hoogleeraar Stibbe en anderen. Daarmede zou een vollediger beeld van de zaak zijn verkregen.

Ik eindigde met opnieuw in het belang van Indië aan de wetsvoordracht een gunstige beslissing toe te wenschen, in zoo uitgebreiden kring als mogelijk was.

Aangezien op het wetsontwerp amendementen waren voorgesteld, waarvan de bespreking dien dag niet kon afloopen, verklaarde de Voorzitter het wenschelijk, de behandeling van het ontwerp te verdagen.

Den volgenden dag werden de beraadslagingen voortgezet. Aan de orde werd gesteld de behandeling van het eenig artikel, waarvan de aanhef en litt. a achtereenvolgens zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming werden aangenomen.

Amendement- Mededeeling werd vervolgens gedaan van een amendement van c eurer c.s. cjen jjeer Scheurer en een tiental andere leden, strekkende om in het vijfde lid, luidende: „Waar de omstandigheden in een provincie de benoeming van een College van Gedeputeerden niet toelaten, is de Gouverneur met de dagelijksche leiding en uitvoering van zaken, bedoeld in het derde lid van dit artikel, belast", tusschen de woorden: „omstandigheden" en „in een provincie" in te voegen de woorden: „naar het oordeel van den Provincialen Raad".

Sluiten