Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

ledig voor oogen te stellen in de wet, hoe de zaak in het bijzonder zou worden uitgevoerd, was — zeide spreker terecht — natuurlijk een onredelijke eisch en ook niet verstandig. Een schablone voor alle gevallen zou een hoogst onverstandige daad wezen.

Maar dan bleef toch nog juist, dat men zekerheid moest hebben, dat alles zou worden uitgevoerd in den geest als de Minister had geschetst. Daarom was het amendement van den Heer Vreede in den Volksraad in zake de verplichting om den Volksraad over alle nadere maatregelen te hooren, zoo buitengewoon sympathiek. De Minister verzekerde, dat dit het plan was, maar liet het bij die verzekering. Nu had de Regeeringsgemachtigde in den Volksraad erkend, met de gedachte in te stemmen. Waar hij dan ook het amendement voor de Regeering onaannemelijk moest verklaren, geschiedde dit alleen om formeele redenen. Wat waren nu — vroeg de Heer Dresselhuys — die formeele redenen ? In het debat bleken zij geene andere te zijn dan dat het vraagstuk van de bevoegdheden van den Volksraad daarmede zou worden aangeroerd.

De Minister had dit formeele bezwaar ter zijde geschoven en gezegd: mijn bezwaar is alleen van practischen aard, het zou de vaardige invoering der bestuurshervorming niet bevorderen, waar de Volksraad slechts een paar malen 's jaars vergadert. Spreker achtte dit geen overwegend beletsel en meende, dat die bedenking van practischen aard moest vervallen tegenover den veel grooteren ernst van het gevaar, dat organieke regelingen, die volgens sommigen zelfs in de koloniale grondwet behoorden te staan, zouden kunnen tot stand komen zonder dat de Volksraad in het openbaar zijn oordeel daarover had uitgesproken. Spreker, hoewel de onderhavige wetsvoorstellen buitengewoon belangrijk achtend, zou daartegen moeten stemmen als de Minister het hooren van den Volksraad beslist afwees').

Wat aanging het tweede amendement, erkende spreker, dat het inderdaad een nieuw denkbeeld behelsde, waardoor het karakter van den Volksraad zou worden gewijzigd. Hij begreep, dat het den Minister eenigszins rauw op het lijf moest vallen. Indien het eerste amendement door den Minister werd overgenomen, zou zeker reeds veel worden bereikt. Wanneer die Bewindsman alleen het

*) Het was spreker niet bekend, dat naar de destijds in bewerking zijnde voorstellen omtrent de Indische Staatsregeling de Volksraad medewetgevend orgaan zou worden, waarmede de door hem bepleite voorziening hare beteekenis zou verliezen. Uit den aard der zaak moest dit voorshands buiten bespreking blijven.

Sluiten