Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE TWEEDE KAMER

verplicht hooren overnam en zeide: ik zal het daarbij laten, was spreker overtuigd, dat dit reeds een stap vooruit zou zijn, gegeven de mogelijkheid van bemoeienis der Kamer indien de Minister of diens opvolgers van dat hooren geen notitie mochten nemen.

Het tweede amendement zou een stap verder gaan, dien spreker in hooge mate zou toejuichen. Hij was er van overtuigd met dit amendement volkomen in de lijn te zijn van den Volksraad van heden. Nu zou de Minister vermoedelijk eenige bezwaren maken;

dit was de taak van den Minister, niet die van spreker. Die bezwaren hoopte hij te weerleggen. De hoofdzaak was, of men op het oogenblik den moed had stappen te doen, die aan den Volksraad een nieuw vertrouwen schonken; een eerste vereischte om de overtuiging te vestigen van een innige belangengemeenschap. Vandaar, dat spreker ook het tweede amendement met warmte bij den Minister en de Kamer aanbeval.

De antirevolutionnaire afgevaardigde Dr. Scheurer wilde met Scheurer. een enkel woord zijne houding weergeven J) tegenover de amendementen van de Heeren Dresselhuys en de Muralt. In verband met hetgeen hij reeds bij de algemeene beschouwingen had gezegd,

voelde hij de groote beteekenis der argumenten, door eerstgenoemde bijgebracht voor zijn eerste amendement. Waar in artikel 131 van het Regeeringsreglement reeds verschillende zaken waren genoemd, waarover de Volksraad moest worden gehoord, lag het in de lijn, ook de uitvoering der artikelen 67a, b en c daarbij op te nemen.

Niet zoo gunstig stond spreker tegenover het tweede amendement. De Heer Dresselhuys had duidelijk doen uitkomen, dat men daarbij voor iets geheel nieuws stond. Nu mocht men over de bevoegdheden van den Volksraad denken zooals men wilde en er beschouwingen op na houden, dat in de toekomst de Volksraad een geheel ander karakter moest dragen en meer bevoegdheden moest hebben. Ook spreker had dit reeds gezegd en er op aangedrongen, dat de Regeering zoo spoedig mogelijk met voorstellen in die richting zou komen. Om nu echter bij de behandeling van dit speciale onderwerp te gaan behandelen een gedeelte van het centraal bestuur, was spreker te machtig. Op het oogenblik was de Volksraad niets dan een adviseerend lichaam. Spreker kon niet

i) Handelingen a. v., blz. 64.

Sluiten