Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

aannemen, dat het de bedoeling van de voorstellers van het amendement zou kunnen zijn, thans met een zoodanige hervorming van den Volksraad te beginnen.

Maar ook om practische redenen was het amendement niet te aanvaarden. Welbeschouwd zouden alle verordeningen, voortvloeiende uit de bedoelde artikelen, daaronder vallen. Wanneer men in het vierde lid van artikel 67c las, dat daarin werd genoemd de regeling van de dagelijksche leiding en uitvoering van zaken, dan zag men, dat dit ook gewone verordeningen zouden zijn, gegeven bijv. door (voor?) cipiers of havenmeesters. Over dergelijke nietige zaken zou een conflict kunnen ontstaan met den Volksraad, dat dan bij de wet beslist zou moeten worden. Wanneer dit dan ten overvloede zich voordeed op een oogenblik, dat de Kamer op het punt stond uiteen te gaan, zou het wel anderhalf jaar kunnen duren eer het tot een behandeling kwam.

Spreker wilde dan ook den Heeren Dresselhuys en de Muralt aanraden om, indien de Minister mocht besluiten tot overneming van het eerste amendement, zich tevreden te stellen met diens verklaring, dat zoo spoedig mogelijk zou worden overgegaan tot hervorming van het centraal bestuur, wat aangaat de bevoegdheden daarvan. Spreker verzocht hun dus het tweede amendement terug te nemen.

Aibarda. De sociaal-democratische afgevaardigde de Heer Albarda i), aan wien daarna het woord werd verleend, verklaarde niet te zullen ingaan op de beschouwingen van den Heer Dresselhuys over de vraag, of Indië rijp was voor het parlementaire stelsel, welke beschouwingen z. i. beter op hare plaats waren geweest den vorigen dag en bij de aanstaande debatten over de Grondwetsherziening.

Wel wilde hij met een enkel woord spreken over het tweede gedeelte der redevoering van den Heer Dresselhuys, waarbij deze de amendementen verdedigde. Hij sloot zich ten volle bij dat betoog aan. Het scheen hem toe, dat met het indienen van die amendementen een prijzenswaardige poging was gedaan, om het wetsvoorstel te verbeteren. Zonder raadpleging van vertegenwoordigende lichamen in Indië over de tot stand te brengen verordeningen, zou op ambtenaarskantoren worden beslist over de begin-

') Handelingen a. v., blz. 64-65.

Sluiten