Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE TWEEDE KAMER

meene sympathie voor het wetsontwerp dit amendement in te trekken en eene nadere overweging daarvan desgewenscht te doen plaats vinden na de behandeling der Grondwetsherziening, wanneer de gelegenheid daar zou zijn, om de geheele regeling van de wetgeving voor Indië aan een gezet onderzoek te onderwerpen.

Voor het oogenblik moest ik het voorstel onaannemelijk verklaren.

De vrijzinnig-democratische afgevaardigde Van Beresteyn, nog Van Beresteeds in zijn verzet tegen het wetsontwerp volhardend, kwam steyn' alsnu o.m. verklaren *), dat hij de verdediging van het goed recht van den Gouverneur-Generaal, om instructiën vast te stellen zonder daarover den Volksraad te hooren, nog steeds niet kon onderschrijven. Het zou daarbij niet zijn een bloot formeele instructie als die voor den Commissaris der Koningin hier te lande,

maar een deel van ons administratief recht zou daarin worden opgenomen. Dat zoo zijnde, kon de Minister er toch geen bezwaar tegen hebben, dat de Volksraad zou worden gehoord. Om die reden meende spreker de Kamer te moeten aanbevelen, het subamendement van den Heer Oud( ?) aan te nemen.

De Voorzitter der Kamer, Mr. Dr. Kooien, constateerde, dat de Minister door zijne overneming van het eerste amendement van den Heer Dresselhuys een Regeeringswijziging had aangebracht; dit amendement maakte mitsdien als zoodanig geen onderwerp van beraadslaging meer uit. Zijne vraag aan den Heer Alberda, of deze in dit verband zijn sub-amendement wenschte te laten herleven in den vorm van een wijziging van het Regeeringsreglement, werd bevestigend beantwoord.

De Heer Dresselhuys, andermaal aan het woord komend,

merkte op '), dat het de bedoeling van den Voorzitter was, dat men niet zou repliceeren. Hij ging dus niet in op de beschouwingen, die verschillende leden over het amendement hadden gehouden, ook niet op het eenigszins komisch betoog van den Heer Wijnkoop, waarop bij de algemeene beschouwingen kon worden teruggekomen.

Intusschen moest spreker een enkel woord zeggen naar aan-

i) Handelingen a. v., blz. 68.

Sluiten