Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE EERSTE KAMER

van de wetsvoorstellen een onherstelbaar kwaad zou veroorzaken, waarvan de gevolgen niet te onderschatten waren. Welk onherstelbaar kwaad werd gevreesd, was, zoo merkte ik op, mij niet duidelijk. Wanneer inderdaad — aan de voorstellingen dienaangaande mocht vooral niet de beteekenis van stellige feiten worden gehecht — „in wijde kringen der Indische bevolking" door het wetsontwerp ontevredenheid zou zijn gewekt, hield ik mij overtuigd, dat die stemming meer en meer zich wijzigen zou naarmate men de regeling bij hare uitvoering in de ware beteekenis leerde kennen.

Andere leden hadden — luidens het Voorloopig Verslag — o.m. het bezwaar, dat de Volksraad, in het algemeen de Indische gemeenschap, te veel uitgeschakeld was, een voorstelling, die, naar de Memorie van Antwoord deed blijken, op een misverstand berustte. Het wetsontwerp — werd daarbij gezegd — raakt niet aan de bevoegdheden van den Volksraad, noch ook brengt het eenigerlei principieele wijziging in de verhouding tusschen den Volksraad en het bestuur der gebiedsdeelen van NederlandschIndië. Moest onder den term: „de Indische gemeenschap" verstaan worden de Indische maatschappij als geheel, dan viel regeling der medezeggingschap daarvan buiten het kader van het ontwerp. En moesten onder dien term verstaan worden de samenstellende groepen in hare verschillende schakeeringen, dan was de opmerking nog minder duidelijk, waar een der voornaamste doeleinden van de hervorming juist was, toekenning aan de ingezetenen van medezeggingschap in de algemeene zaak in veel ruimere mate dan tot dusver. Overigens beaamde ik ten volle, dat zeer veel zou afhangen van de uitvoering.

„Met groote voldoening" — deed ik daarop volgen — „vernam de ondergeteekende het oordeel van vele andere leden, dat dit wetsontwerp (gaf) waaraan behoefte (bestond) en niet in den weg (stond) aan de vervulling van vèrreikende idealen". Ik sloot overigens mij geheel aan bij de zienswijze van deze leden, dat voor verder gaande wenschen, dan dit ontwerp vervullen zou, en voor verder gaande mogelijkheden de tijd nog niet gekomen was.

Naar aanleiding van de door eenige leden gemaakte opmerking, dat in het Regeeringsreglement in de laatste twintig jaren zooveel veranderd was, dat sommige hoofdstukken, speciaal het vierde, geheel moesten worden omgewerkt en opnieuw geredigeerd, sloot

Sluiten