Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE EERSTE KAMER

Waar niet alle factoren, die op de gebiedsindeeling invloed zouden moeten uitoefenen, hier bekend waren en noch de Indische Regeering, noch de Volksraad zich bereids ter zake hadden uitgesproken, zou ik — naar ik opmerkte — mij bezwaard gevoelen bij voorbaat meer dan enkele denkbeelden omtrent de nieuwe gewestelijke indeeling te vermelden. Als zoodanig besprak ik niettemin eenige mogelijkheden, er op wijzend, dat in die beschouwingen niet meer dan onderstellingen mochten worden gezien. Ten volle bestond voorts ook bij mij de overtuiging, dat het welslagen der hervorming voor een zeer belangrijk deel afhankelijk zou zijn van het beleid, waarmede zij werd ingevoerd, zoodat het wel in de eerste plaats noodig zou zijn, de algemeene leiding aan bekwame handen toe te vertrouwen.

De in het Voorloopig Verslag te kennen gegeven wensch van eenige leden, om alsnog te vernemen, welke 's Ministers plannen waren ten opzichte van de samenstelling van den Volksraad, indien het ontwerp volgens zijne bedoeling werd uitgevoerd, gaf in de Memorie van Toelichting mij nog aanleiding tot de opmerking,

dat, wijl het wetsontwerp uitsluitend beoogde een hervorming van de gewestelijke en plaatselijke bestuursinrichting, die vraag buiten het kader viel van het onderwerpelijk vraagstuk.

De samenstelling van den Volksraad zou van zelf ter sprake komen bij de behandeling van de als uitvloeisel van de voorgenomen wijziging der Grondwet eerlang te verwachten herziening van het Regeeringsreglement.

In de derde paragraaf van het Voorloopig Verslag werd in de Verband met eerste plaats melding gemaakt van de meening van enkele leden,

dat aan eene reorganisatie van het bestuursstelsel een hervorming en rapport van het centraal bestuur behoorde vooraf te gaan en de grondwetsherziening daarom had moeten worden afgewacht. In de overeenkomstige paragraaf der Memorie van Antwoord bestreed ik die zienswijze en schaarde ik mij geheel aan de zijde van die andere leden, welke hun instemming hadden betuigd met de beschouwingen dienaangaande in de Memorie van Antwoord aan de Tweede Kamer, bij welke integendeel de noodzakelijkheid eener voorafgaande regeling van den onderbouw was geconstateerd.

Zooals op bladzijde 4 der Memorie van Toelichting was opgemerkt en mede door de evenbedoelde leden was beaamd, opende

Indische Bestuurshervorming 11

Sluiten