Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

diging door regentschapsraden en stadsgemeenten. Een nieuwe regeling van het kiesrecht, bepaaldelijk voor de op den voet der onderwerpelijke hervorming in het leven te roepen vertegenwoordigende lichamen, werd in Indië voorbereid door een bij besluit van den Gouverneur-Generaal ingestelde „Kiesrechtcommissie". De vraag, of de vrouwen ook hare stem zouden kunnen doen hooren in de Plaatselijke Raden, kon derhalve nog niet door mij beantwoord worden.

Ambtelijke Het onderwerp van de vierde paragraaf: ambtelijke decentrale. " rJ Sd lisatie, had voor eenige leden aanleiding gegeven, om als hoofdbezwaar tegen het wetsontwerp aan te voeren de meening, dat hetgeen daarin werd aangediend als ontwikkeling van gebiedsdeelen tot autonoom gebied, weinig anders was dan ambtelijke decentralisatie met eenige gebruikmaking van raden.

Die voorstelling berustte — naar ik in de Memorie van Antwoord te kennen gaf — op eene volstrekte misvatting van de beginselen, welke aan het ontwerp ten grondslag lagen. Met een uitvoerig beroep op hetgeen in de gedrukte stukken was aangeteekend omtrent toekenning van autonomie en zelfbestuur aan de ontworpen zelfstandige gemeenschappen en medezeggingschap der ingezetenen werd die verklaring nadrukkelijk gestaafd.

De begrippen „autonomie" en „zelfbestuur" — merkte ik op — hebben in het staatsrecht een vaste beteekenis, die ook in deze doorloopend aan die termen is gehecht. Ten overvloede was in de Memorie van Toelichting (blz. 5) de term: „autonomie" bepaaldelijk nog gedefinieerd als de bevoegdheid tot regeling en bestuur van de eigen huishouding, terwijl bij de vermelding van het door de provincie uit te oefenen zelfbestuur (medebestuur) de verduidelijking was bijgevoegd: „in de strikte staatsrechtelijke beteekenis van dit woord", derhalve die van het recht en den plicht tot verleening van medewerking bij de uitvoering van verordeningen van hooger gezag.

Wat onder „zelfstandigheid" te verstaan was, viel daarentegen bezwaarlijk voor alle gevallen aan te geven, aangezien men daarbij niet te doen had met een term, waarvan de beteekenis staatsrechtelijk vaststond. Onder „zelfstandige gemeenschappen" verklaarde ik echter in het algemeen te begrijpen gemeenschappen, die het recht van autonomie bezaten en aan welke een zelfbestuurstaak

Sluiten