Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE EERSTE KAMER

melde requesten — dus juist een der algemeene grondslagen uit van de hervorming.

Door de hiervóór bedoelde leden was mede aangevoerd, dat de provincies van het ontwerp „zoogenaamd" autonomie zouden bezitten, maar dat de omvang daarvan niet in de wet was bepaald doch afhing van hoogere autoriteit, terwijl tot staving van het gevoelen, dat ambtelijke decentralisatie hoofdzaak zou zijn in het wetsontwerp, door anderen gewezen was op het feit, dat wel in artikel 67a gesproken werd van een gewestelijke huishouding, waarvan de regeling en het bestuur aan den Provincialen Raad werden opgedragen — evenals in artikel 67c op dezelfde wijze autonomie in het vooruitzicht was gesteld voor de lagere gemeenschappen, — maar dat de omvang van die autonomie niet verder reikte dan tot de aangelegenheden, die tot de provinciale huishouding werden gebracht. Te dezen aanzien zou ik — naar ik deed uitkomen — geen krachtiger tegenspraak weten te leveren dan die, welke vervat was in het betoog van de leden, die er op wezen, dat artikel 67a van het ontwerp, waarin de grondslagen voor de provinciale autonomie en het provinciaal medebestuur neergelegd waren, parallel liep met de artikelen 134 en 135 der Grondwet. Waar eerstgenoemd Grondwetsartikel sprak van een „overlaten" van de regeling en het bestuur der provincie aan de Staten, moest alleen voor de overeenkomstige regeling in Indië, waar de provinciale huishouding nog niet bestond, doch hoofdzakelijk door afstanddoening van de zorg voor onderwerpen van Overheidsbemoeienis door het centrale gezag ten behoeve van de in te stellen provinciën alsnog gevormd moest worden, uiteraard een andere, met Indische toestanden rekening houdende, terminologie worden gekozen.

Het sprak vanzelf, dat de provincie niet eigener autoriteit zich kon begeven op gebied, dat door het centraal gezag bestreken werd. Zij mocht niet treden op het gebied, dat de landshuishouding vooralsnog of blijvend als het hare meende te moeten beschouwen. Naarmate echter de centrale overheid zich zou terugtrekken — en wel van geene andere zijde zou de aandrang daartoe in zoo sterke mate en zoo aanhoudend uitgaan als van den Provincialen Raad zeiven — kwamen onderwerpen van Overheidsbemoeienis vrij, waarover de provincie hare zorgen kon uitstrekken. In de wijze, waarop, en de mate, waarin, de provincie het al-

Sluiten