Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

De Minister was van dezelfde meening maar had uitvoerig aangetoond, dat het bestuur in Indië gewijzigd moest worden naar de tegenwoordige bestuursbehoeften, die in de verschillende deelen van het land verschillend waren.

In de Tweede Kamer was door den Minister en verscheidene leden uitvoerig betoogd, dat verandering noodig was in het Regeeringsreglement. Wanneer men de vroegere Memorie van Toelichting las, werd het duidelijk, dat de voornaamste strekking was, aan de Indische bevolking een groote mate van medezeggenschap in het bestuur te verschaffen, tot zekere hoogte in den vorm van autonomie.

Zeer belangrijk vond spreker vooral hetgeen de Minister in de Tweede Kamer zeide omtrent zijne plannen tot uitvoering der eventueele wijziging van de wettelijke bepalingen. Hij hoopte het einde te zien van een strijd van bijna twintig jaren over zijne plannen. Zijne voorstellen vermeden de overdrijving in sommige opzichten van de Herzieningscommissie. De Minister wenschte ook loslating van bestuurstaak uit het Regeeringscentrum en aanvaarding door lagere organen, echter moest er een scherp toezicht zijn. Het bestuur van de regentschappen zou steun moeten ontvangen uit het provinciaal centrum. De plaats van den Regent zou, in verband met zijne nieuwe plichten, in de toekomst een andere zijn dan tot dusver.

De vraag, of de nieuwe wijziging van het Regeeringsreglement een toekomst had, beantwoordde spreker voor zich zeer stellig bevestigend, wat intusschen niet wegnam, dat hij eenige bijzonderheden liever in anderen vorm had gezien.

In de eerste plaats wees hij op de talrijke wijzigingen, die het reglement in den loop der jaren reeds had ondergaan. Speciaal het vierde hoofdstuk diende geheel opnieuw te worden behandeld, in welk verband hij de aandacht vestigde op de aangestelde of erkende hoofden der bevolking, die hij na artikel 71 behandeld wenschte te zien, terwijl dan artikel 68, omtrent de indeeling van het grondgebied, den aanvang van het hoofdstuk zou kunnen uitmaken. In artikel 67 achtte spreker een paar kleine wijzigingen noodig.

Een tweede punt was, dat spreker in plaats van de bewoordingen: „Provincie", „Provinciale Raad" en „College van Gedeputeerden" liever andere benamingen had gelezen. Die woorden

Sluiten