Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN EN MET DE EERSTE KAMER

waren nieuw in Indië en niet alleen de Inlanders, maar ook de geboren Indische Nederlanders kenden die nog niet.

Met deze opmerkingen bedoelde spreker allerminst het gewicht van den arbeid van den Minister aan te tasten. Hij kon niet goedkeuren de adressen van verschillende zeer geachte kenners van Indië, thans in Nederland woonachtig, zooals met name en in bijzonderheden door hem werd toegelicht. Het verkeerde bij onderscheidene tegenstanders was, dat zij den Inlander niet kenden. In verhouding tot de massa was het aantal gering van hen, die reeds in staat waren om Indië te besturen, en dit wel inzonderheid buiten Java. Mohammedanen, die men verwachtte ontwikkeld te zijn, waren tevens aanhangers van het animisme, het spiritisme enz., naar spreker met een beroep o.m. op het belangrijke werk „Het Animisme in den Indischen Archipel" van den Zendelingleeraar Kruyt in het licht stelde.

In het Voorloopig Verslag der Commissie van Rapporteurs was opnieuw gebleken van een minder practisch begrip, somwijlen, van hetgeen Indië behoefde. Zoo bijv. had men van eenige zijden beweerd, dat men zich had kunnen bepalen tot een spoedige invoering van de regentschaps- en desaraden, terwijl dan na de totstandkoming van de Grondwetsherziening een verandering der Staatsinrichting van Indië aanhangig gemaakt had kunnen worden. Wat meer zeide, men had voorgesteld, een en ander in handen te geven van eene commissie in Nederland, met het gevolg van een jarenlang uitstel. Gelukkig was door andere leden en den Minister gezorgd voor een meer afdoende behandeling.

Terecht had voorts de Minister in zijne Memorie van Antwoord zich losgemaakt van de leden, die bezwaar hadden tegen het wetsontwerp, omdat het te veel overliet aan algemeene verordeningen. Het was toch naar sprekers inzien practisch, door het onderhavig wetsontwerp niet vooruit te loopen op de herziening der algemeene Staatsinrichting en op de aanhangige Grondwetsherziening.

De lange bespreking in het Voorloopig Verslag en het antwoord van den Minister liet spreker rusten. Ook mocht hij niet vergeten, dat in het Voorloopig Verslag alle leden zich tevreden betoond hadden over de wijze, waarop de Minister iets goeds tot stand bracht, de vorming namelijk van lagere gemeenschappen.

Ten slotte wilde spreker niet nalaten te verklaren, dat de Minis-

Sluiten