Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

blijkbaar om de zaak over een anderen boeg te wenden — „dat die ambtenaren-gouverneurs ook regelende, d. i. wetgevende, bevoegdheid moeten hebben?"

„Ik heb het nu" — zeide de Heer Idenburg — „over degenen, die de voorstellen van den Minister achterlijk noemen en zeg tot hen: er is concordantie tusschen wat de Herzieningscommissie wil en wat de Minister wil, alleen met dit onderscheid, dat de Herzieningscommissie in wat zij provinciën noemt het gansche bestuursambtelijke apparaat wil doen wegvallen, en de Minister zegt: indien ik dat overneem, komt er van de provinciën niets; ik wil staan met beide beenen op den grond, en daarom opent hij de mogelijkheid tot de instelling van een besturenden raad en volksautonomie eerder dan anders mogelijk zou zijn".

Spreker kwam nu tot andere bezwaren van Mr. Mendels. Het groote bezwaar,' dat deze weer ter sprake had gebracht en dat gedurig behandeld was in de pers, in vergaderingen, in brochures, in requesten, in de Kamers, altijd en altijd weer, was geweest die ambtelijke bestuursvoering naast de gewestelijke autonomie, èn de klacht, dat de omvang van die autonomie bepaald zou worden bij algemeene verordening.

„Oprecht gesproken" — verklaarde spreker — „ik had die objecties na de Memorie van Antwoord van ^en Minister niet meer verwacht. Ik zeg niet, dat voor die objecties op zeker oogenblik geen aanleiding was te vinden, maar na de duidelijke uiteenzetting, die de Minister in de Memorie van Antwoord gegeven heeft, meende ik dat de tijd daarvoor voorbij was. Ik meende, dat de divergentie der meeningen zich gevonden had in die duidelijke uiteenzetting van den Minister. Ik kan dan ook aan hetgeen gezegd is in de Memorie van Antwoord niet veel meer toevoegen. Prof. Van Embden merkte al op, dat men ook hier in Nederland naast het provinciaal bestuur een zeker gezag heeft, dat landsgezag is. De Heer Mendels zegt, dat dit toch geen wetgevende bevoegdheid heeft, maar hier hebben wij ook het einde bereikt en in Indië staan wij aan het begin; dat is het verschil. Wat nu voor Indië beoogd wordt, is het scheppen van een zeer krachtig provinciaal medebestuur, maar daarnaast zal toch nog moeten blijven de ambtelijke bestuursvoering in naam van den Gouverneur-Generaal".

„Ook voor de provinciale huishouding hebben die gouverneurs dus regelende bevoegdheid", interrumpeerde — wederom op wei-

Sluiten