Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BEHANDELING VAN HET WETSONTWERP

hier te lande uitgesteld zou moeten worden tot eerstbedoeld tijdstip.

De plaats, welke de Volksraad op het oogenblik innam, was intusschen reeds van dien aard, dat van dit lichaam krachtige invloed zou kunnen uitgaan tot een oordeelkundige tenuitvoerlegging van de thans aanhangige reorganisatie. Aan het Staatsgezag in Nederland zou daarbij in hoofdzaak voorbehouden blijven het algemeen toezicht, dat de jaarlijksche behandeling van de koloniale begrooting verschaft; aan den Minister bovendien de rol van adviseur, wanneer zijne voorlichting werd gevraagd of vereischt.

In verband met het bijzonder karakter der zaak, beheerscht als zij in groote mate zou worden door locale verhoudingen en toestanden, kon de inmenging van het Staatsgezag wel niet belangrijk verder gaan. Het schrikbeeld dus ook van den Nederlandschen Minister, die bij eiken stap een rem zou trachten aan te leggen aan het krachtig vooruitdringend Indisch initiatief — een van de vele voorstellingen, die ter bestrijding van de plannen dienst hadden moeten doen, — dat schrikbeeld behoefde werkelijk geen onrust te baren. Alleen reeds uit een practisch oogpunt zou een zoodanig ingrijpen niet mogelijk zijn.

Ik legde er den nadruk op, hoe voor de goede uitwerking der voorgestelde bestuurshervorming in belangrijke mate een wissel getrokken zou worden op het centraal gezag in de kolonie zelf en op de leiders van de verschillende takken van dienst daar te lande ; daarnaast op de medewerking en de belangstelling van, men mocht wel zeggen de landsdienaren van bijna eiken tak van dienst, verspreid over den Archipel. Inzonderheid evenwel op de krachtige medewerking der ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur, die hun taak en werkkring allengs een anderen vorm zouden zien aannemen, waarbij aan hun beleid en hunne toewijding hooge eischen zouden worden gesteld. Ik hield — zeide ik — mij overtuigd, dat ook nu weder het vertrouwen in onze bestuursambtenaren in Indië niet zou worden beschaamd.

Overgaande thans tot een korte bespreking van de punten, welke bij de mondelinge beraadslagingen aan de orde waren gesteld, vestigde ik in de eerste plaats mijn aandacht op de beschouwingen van den Heer Mendels. Ik zou dien afgevaardigde niet volgen in de vele persoonlijke opmerkingen, die hij in zijn

Sluiten