Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAATREGELEN TOT UITVOERING DER WET

der uitvoering van de plannen tot rust zou komen, zou zich een onjuiste voorstelling van de beteekenis dier oppositie hebben gemaakt.

Terwijl tijdens het bewind van den Minister van Koloniën Dr. J. C. Koningsberger, te voren Voorzitter van den Volksraad in Indië, en daar te lande van den Gouverneur-Generaal Jhr. Mr. A. C. de Graeff, de totstandkoming der provinciale organisatie op Java in vollen gang was, werd de Regeering verrast door een motie van orde van het lid der Tweede Kamer Mr. Joekes c. s., betreffende doorvoering der bestuurshervorming in NederlandschIndië, welke motie ter vergadering van dat lichaam van Vrijdag 23 Maart 1928 behandeling vond.

Aan deze openbare bespreking was naar aanleiding van die motie voorafgegaan inzending aan de Kamer, door voormelden Minister, van een nota omtrent de werking der bestuurshervorming in de nieuwe provincie West-Java. In die nota werd tevens medegedeeld, dat de doorvoering in de Buitengewesten, welke voor Zuid-Sumatra aan de orde was gesteld, een nieuw stadium was ingetreden na de aanneming door den Volksraad van een motie van het sociaal-democratisch lid den Heer Middendorp, houdende verzoek aan de Indische Regeering, om zoo mogelijk in de volgende zitting van den Raad een plan van verdeeling van Sumatra in residenties, alsook in een of meer provincies (aanvankelijk: „andere gewesten") over te leggen.

De motie-Joekes, mede onderteekend door de Katholieke afgevaardigden Mr. van Rijckevorsel en Van Vuuren en door het sociaal-democratisch Kamerlid Cramer, luidde als volgt: •)

„De Kamer, overwegende dat de Indische Regeering zich bij de uitvoering van de bestuurshervorming blijkens de gedacht en wisseling met den Volksraad gebonden achtte niet alleen aan de artikelen 119-121 der Indische Staatsregeling, doch ook aan het bij de vaststelling dier artikelen door de Regeering uiteengezette plan; dat blijkbaar mede onder den invloed van deze overweging het voorstel tot instelling der provincies Midden- en Oost-Java door den Volksraad is aangenomen; dat evenwel bedoeld plan niet in den weg behoort te staan aan eene oplossing, welke thans verkieslijk mocht blijken; dat in verband daarmede eene nadere overweging van de instelling van de provincies Midden- en Oost-Java *) Handelingen der Tweede Kamer 1927/1928, blz. 1855.

Sluiten