Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DE BESTUURSHERVORMING

de bestuursambtenaren in het algemeen bij de reorganisatie verhooging van maatschappelijke positie zouden verkrijgen.

Waar de Heer Joekes zich er over beklaagd had, dat niet de noodige aandacht zou zijn besteed aan zijne vragen, trad ik, al was van die uitweiding weinig nut voor de zaak te wachten, daarop in een gedetailleerde beschouwing van de in eersten termijn door dat Kamerlid besproken punten, waarna ik nog een enkel woord deed volgen naar aanleiding van opmerkingen, welke door den heer Van Boetzelaer van Dubbeldam ten slotte in het midden waren gebracht.

„Mijnheer de Voorzitter" — met deze woorden opende ik mijne laatste beschouwing in deze inspannende vergadering, welke zes uren had geduurd en allerlei heftige en verwarrende momenten had opgeleverd — „zooals het voorloopig schema voor de bestuurshervorming in de Buitengewesten hier ligt, bevat het verschillende denkbeelden, die niet tot de fundamenteele beginselen van het stelsel zijn te rekenen, en over die niet fundamenteele bijzonderheden is inzonderheid gesproken.

„Daarnaast evenwel liggen ook fundamenteele beginselen, waartoe in de allereerste plaats behoort de overdracht van bevoegdheden uit het Regeeringscentrum naar de centra van gewesten, die in verband met hun toerusting voor die taak berekend moeten zijn. Dit beginsel is zoo inhaerent aan het geheele stelsel, daar staat of valt voor mij het welslagen van de geheele hervorming zoozeer mede, dat ik het niet zou mogen prijsgeven. Maar ik wijs er bovendien op, dat de Staten-Generaal zelf dit beginsel sinds vele jaren reeds aanvaard hebben; dat op de basis van dit beginsel zijn gevormd de provincies op Java, met andere woorden, dat de hervormingsarbeid voor het grootste gedeelte is doorgevoerd op die grondslagen, die door den wetgever zijn aanvaard. Prijsgeving van dat fundamenteel beginsel, van die basis, zou zijn een zoodanige reactie, dat ik mij niet kan voorstellen, dat de Kamer daartoe zal medewerken.

„Hoe dit zij, tot mijn leedwezen moet ik verklaren, dat ik, wanneer de Kamer in meerderheid tot die reactie mocht besluiten en die fundamenteele beginselen daarmede prijsgaf, de verantwoordelijkheid voor het beheer van dit Departement niet meer zou kunnen dragen".

De algemeene beraadslaging werd daarop gesloten, waarna nog

Sluiten