Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DE BESTUURSHERVORMING

sprekers gevoelen den memoriepost niet aannemen. Een ernstige inbreuk op onze staatsrechtelijke verhouding tegenover Indië zou het naar zijn inzien zijn, indien over het onderwerp, waarover het primaire beslissingsrecht op Indië rustte, thans zonder dat de Volksraad daarin gekend was en de Kamer daarover had beraadslaagd een beslissing werd genomen. De verklaring van den Minister bracht dringend mede schorsing van de beraadslaging met uitnoodiging, alsnog de Indische organen te hooren. Spreker had daarom de eer dit aan de Kamer voor te stellen in den vorm van een motie, welke daarop door hem werd ingediend en die ondersteund werd, behalve door enkele sociaal-democratische en andere leden, door den Christelijk-Historischen afgevaardigde Van Boetzelaer van Dubbeldam 1).

Over deze motie van orde werd door verschillende leden het woord gevoerd.

Bij de sociaal-democratische afgevaardigden de Heeren Cramer en Albarda vond, het was te verwachten, het voorstel van Mr. Joekes aanstonds gehoor. Voor den tweeden spreker was hetgeen deze laatste wenschte zelfs maar een minimum. Afwijzing van het voorstel van den Minister zou alleszins redelijk en verstandig zijn.

De Heer Van Boetzelaer van Dubbeldam zag in de motie een gelegenheid om „de zaak nog weer eens nauwkeurig te bekijken". Blijkbaar hield dit Kamerlid geen rekening met hetgeen een zoodanig „nog eens bekijken" zou kunnen beteekenen voor een zaak, die in Indië reeds zooveel tijd en arbeid had gekost en zooveel gemoederen in beweging had gebracht. Dat bovendien de latere uitgewerkte plannen aan alle organen in Indië en het Moederland de gelegenheid zouden verschaffen, om de zaak in elk harer onderdeden nog eens zeer nauwkeurig te overdenken en te overzien, had eveneens een nuttige overweging kunnen zijn.

Juister beredeneerd was in zoover het standpunt van den communistischen volksvertegenwoordiger den Heer Wijnkoop, die weliswaar erkende de woorden der motie — voor hem een soort noodhulpmotie — niet precies te kunnen nagaan, maar los daarvan haar volkomen wilde onderschrijven vanwege zijn wantrouwen in de Nederlandsche Regeering en den Minister, die ter plaatse aanwezig was.

Minder succes had het gebaar van den Heer Joekes in de krin-

i) Handelingen a. v., blz. 1991.

Sluiten