Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DE BESTUURSHERVORMING

Boetzelaer van Dubbeldam, dat het „wellicht voor een deel der Kamer moeilijk (zou) zijn om zich thans in een meer geformuleerde motie voor een bepaald denkbeeld uit te spreken". Spreker had daarom opnieuw zijne motie gewijzigd en dit, zooals de Voorzitter mededeelde, in dier voege, dat de Kamer zonder meer zou besluiten de beraadslaging te schorsen en over te gaan tot de orde van den dag.

Dat de Kamer het spel moede was, bewees zij door de aldus ge- (Stemming.) wijzigde motie-Joekes zonder meer te verwerpen met 54 tegen 38 stemmen. Tot de vóórstemmers behoorden de Christelijk-Historische afgevaardigde Dr. van Boetzelaer van Dubbeldam met vier zijner partijgenooten.

Het eenig artikel, zoomede de beweegreden van het ontwerp van wet, werden vervolgens aangenomen zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming.

Ten slotte werd het wetsontwerp zelf aangenomen met gelijke stemmenverhouding als waarmede de motie-Joekes verworpen was.

Met deze beslissing was de weg ontsloten voor de practische doorvoering van de bestuurshervorming op de eilanden der Buitengewesten, zij het dat Volksraad en Staten-Generaal te zijner tijd alsnog zich zouden moeten uitspreken over de wijze, waarop de thans aangenomen beginselen voor de in te stellen nieuwe gewesten in toepassing zouden worden gebracht.

In de Eerste Kamer leverde de behandeling geene belangrijke B. Eerste Kamer momenten op.

Bij de openbare bespreking van het onderwerp, welke op Don- Openbare bederdag 2 Juni plaats vond, trad in de eerste plaats als woord- handelln=voerder op het Katholieke Kamerlid Mr. Janssen, die in een rustige, weloverwogen rede J) het vraagstuk in beschouwing nam, de urgentie van de indiening der voorstellen in het licht stelde, de verschillende inzichten besprak, die zich in de Tweede Kamer en elders hadden geopenbaard en ten slotte zich bereid verklaarde vóór het wetsontwerp te stemmen, behoudens dat hij wenschte aan te dringen op vermijding van tusschenvoeging van ambtelijk Inlandsch bestuur, waar de locale gemeenschappen daardoor be-

M Handelingen Eerste Kamer 1931/1932, blz. 669-671.

Sluiten