Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OP DE BESTUURSHERVORMING

zijde — zeide ik — zich al te zeer blind gestaard op Sumatra, in het bijzonder op de toestanden ter Westkust. Er waren in de Buitengewesten andere streken, bijv. de Minahasa, waar zich reeds een vrij krachtig georganiseerd ambtelijk Inlandsch bestuur op territorialen grondslag had ontwikkeld, dat men toch zeker niet zou willen prijsgeven. Bij voorstellen als deze, die zich over het geheele territoir der Buitengewesten uitstrekten, zou het —

merkte ik ook thans weder op — in hooge mate onvoorzichtig zijn, ten aanzien van een zoo netelig punt in welke richting ook beginselen te poneeren, die voor alle landstreken zouden moeten gelden. De bedoeling had echter steeds op den voorgrond gestaan,

in het algemeen geen ambtelijk Inlandsch bestuur op te dringen waar inderdaad bezwaar daartegen bestond. Op dit punt nu was,

zooals mede in de Memorie van Toelichting vermelding vond, juist een onderzoek gaande en daarom te meer nog zou het wel zeer bedenkelijk zijn, op eenigerlei wijze op de resultaten van dat onderzoek vooruit te loopen door het opperen van een bepaalde gedragslijn voor eenig gebiedsdeel of voor het geheele gebied van de Buitengewesten. Ik had mij zorgvuldig daarvan onthouden en mij bepaald tot de zoo juist besproken algemeene gedragslijn.

Met een paar woorden besprak ik vervolgens nog de mededeeling van den Heer Fock omtrent het interview, dat volgens courantenberichten in Indië zou hebben plaats gevonden met een hoofdambtenaar aldaar.

Ten slotte deed ik andermaal uitkomen, dat wanneer te zijner tijd concrete voorstellen aan het oordeel van de Staten-Generaal onderworpen werden, men ten volle vrijheid zou hebben om naar gelang van omstandigheden zich daarover uit te spreken. Ik wees er echter nogmaals op, dat een votum als het gevraagde thans noodig was, wijl anders de verdere uitwerking in Indië onvermijdelijk zou moeten worden stopgezet.

Nadat de afgevaardigde de Heer Fock er nog den nadruk op had gelegd, dat de Minister bij de voorbereiding der verdere stappen gebonden zijn zou aan zijne toezegging aan het lid der Tweede Kamer Mr. Knottenbelt en dat in dit opzicht in geen geval eene „wijziging" mocht plaats hebben, werd de beraadslaging gesloten.

De ontwerpen van wet betreffende de onderwerpelijke begroo- (Aanneming tingsafdeeling werden daarop achtereenvolgens zonder hoofde- rïe™oorstel

Sluiten