Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAATREGELEN TOT UITVOERING DER WET

lijke stemming aangenomen, behoudens dat op verzoek van den Heer Ter Haar in de notulen aanteekening werd verleend, dat dit Kamerlid geacht wenschte te worden te hebben tegengestemd.

§ 6. VERDER VERLOOP VAN DE UITWERKING DER HERVORMINGSPLANNEN VOOR DE BUITENGEWESTEN

De parlementaire beraadslaging over de voor de doorvoering van de bestuurshervorming in de Buitengewesten voorgestelde algemeene richtlijnen nam hiermede een einde. Voor de vereischte stappen tot verdere voorbereiding van die ingrijpende reorganisatie was de weg gebaand.

In dit verband werden in 1936 door den toenmaligen Minister van Koloniën Dr. H. Colijn bij suppletoire begrooting gelden aangevraagd ter benoeming van Gouverneurs voor de Buitengewesten voor de bestuursvoering over de naar de inmiddels in Indië ontworpen plannen aldaar in te stellen nieuwe eilandgewesten, aan welke bestuurders tevens de verdere uitwerking en de rechtstreeksche leiding der practische toepassing van die plannen opgedragen zouden zijn.

Ook deze voorstellen ontmoetten weder in de Tweede Kamer tegenstand bij een aantal leden, onder welke in de eerste plaats wederom de vrijzinnig-democratische afgevaardigde Mr. Joekes. Gevreesd werd van een zoodanige wijze van uitvoering eene ambtelijke decentralisatie, waarbij een groote mate van gezag gelegd zou worden in handen van de nieuw te benoemen Gouverneurs. Van de opdracht aan dezen van de voorbereiding der staatkundige hervorming voor de groepsgemeenschappen werd voorts — om welke reden was eveneens niet duidelijk — verwacht, dat dit onderdeel van de reorganisatie in het gedrang zou komen. Dat alleen de steun en de belangstelling van het Europeesch Bestuur — niet slechts aanvankelijk maar vermoedelijk voor den ganschen duur van het bestaan van die gemeenschappen — aan deze een nuttige werking zouden kunnen waarborgen, met andere woorden, dat de eerste voorwaarde was vertrouwen in dat Bestuur, werd blijkbaar nog steeds niet ingezien.

Een derde bezwaar was de voorgestelde scheiding tusschen de regionale en de Landsfinanciën, van welke onder de toenmalige

Sluiten