Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACTUEELE STAND VAN ZAKEN

bevestigd. Inderdaad, „hokte", naar alsnog werd opgemerkt, die reorganisatie destijds. Ook daarna — in de vorige hoofdstukken is het gebleken — heeft het bij de ontwikkeling van het hervormingsplan aan stagnaties en moeilijkheden niet ontbroken. Belemmeringen, in welke, het is evenzeer gebleken, die hoogleeraar en zijne geestverwanten op koloniaal gebied wel in de eerste plaats een werkzaam aandeel hebben gehad. Ondanks die feiten en de bezwaren tengevolge van inmiddels in Indië ingetreden crisisomstandigheden op financieel en economisch gebied, was in het jaar 1933, bij mijn aftreden als Minister van Koloniën in het laatste Kabinet-Ruys de Beerenbrouck, de hervorming in hare vitale beginselen voor Java en Madoera in hoofdzaak doorgevoerd. Met de voleindiging van de parlementaire beraadslagingen der jaren 1931 en 1932, van welke in § 5 van het vorige hoofdstuk een overzicht is gegeven, was verder de weg gebaand tot nadere voorbereiding van de practische doorvoering de7" reorganisatie in de overige deelen van den Archipel. De daarna alsnog tot dat doel vereischte aanvullende parlementaire beslissingen werden in 1936 en 1938 door de Ministers Colijn en Weiter verkregen.

De wijze, waarop zelfbesturende landschappen zich aan de crisis hadden aangepast, en provinciën, regentschappen en stadsgemeenten de gevolgen hadden opgevangen, zoowel als de medewerking, welke in het algemeen van gewestelijke en plaatselijke ambtelijke organen bij het bezuinigings- en saneeringsproces werd ondervonden, toonden — naar de Heer Visman bij zijne mededeelingen in het licht stelde — overtuigend aan, dat buiten het centrum krachten aanwezig waren, die onder de nieuwe omstandigheden, in welke Indië moest leven, op de basis van zelfbekostiging met een zelfstandige verantwoordelijke taak konden worden belast. Eenerzijds moest daarbij aan gewestelijke en plaatselijke organen zekerheid worden gegeven, dat de regeling der financieele verhouding niet aan verandering op korten termijn onderhevig zou zijn. Anderzijds zouden bepaalde aandeelen in accresceerende of bij terugloopende conjunctuur decresceerende Landsmiddelen moeten worden afgestaan en zouden de betrokken organen het verder hiermede moeten stellen, zij het ook dat in bijzondere gevallen, bij voorbeeld waar het gold een armlastig gebied, Landsbijdragen niet volstrekt uitgesloten behoefden te zijn.

In minder dan drie jaren was de verdere uitvoering in de voorIndische Bestuurshervorming 16

Sluiten