Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BETEEKENISSEN VAN „NEFESJ"

Beteekenissen van „nefesj".

Als de mensch een levend wezen is, komt dat leven vooral uit in zijn adem en in zijn bloed. In Gen. 9 : 4 wordt de nefesj gelijk gesteld met het bloed. Eveneens in Deut. 12 : 23, terwijl in Lev. 17 : 11 gezegd wordt, dat de nefesj is in het bloed. Zoolang de mensch ademt, leeft hij. Als het bloed uit zijn lichaam wegstroomt, verdwijnt ook het leven1).

Daarom is nefesj in zeer veel teksten ook te vertalen door leven. En wordt het herhaaldelijk gebruikt voor persoon, individu, mensch „met heel zijn hebben en houden". Hieruit is te verklaren, dat nefesj heel vaak de beteekenis heeft van het persoonlijke, onbepaalde, of ook van het reflexieve voornaamwoord. B.v. „mijn ziel" is gelijk aan: ik. Zoo kan nefesj ook beteekenen: ieder. Er zijn heel wat teksten, waar we lezen: „alle ziel". We kunnen daar gerust vertalen: ieder.

We willen de verschillende beteekenissen van nefesj als volgt samenvatten:

a) Prof. Dr H. Bavinck heeft in zijn Bijbelsche en Religieuze Psychologie, Kampen 1920, bl. 31, de onderscheiding gemaakt, dat nefesj eigenlijk de neusadem zou zijn, in tegenstelling met roeach (geest) mondadem.

Tegen deze opvatting zijn allerlei bezwaren in te brengen.

Zoowel in het Babylonisch-Assyrisch, als in het Hebreeuwsch komt juist het woord nefesj voor in de beteekenis van keel. Bovendien is de gelijkstelling van nefesj en adem zeker onjuist. Van de ruim 750 plaatsen in het O. T., waarin het woord nefesj voorkomt, is er maar één te noemen n.1. Job 41 : 12, waar het woord nefesj door adem moet worden vertaald: zijn adem doet kolen ontbranden. Maar ook bij deze plaats denken niet alle geleerden eenstemmig over de vertaling.

Eindelijk merken we op, dat juist roeach gebruikt wordt voor toorn, welke beteekenis verklaard wordt uit het snuiven van den neus bij toorn. B.v. Richt. 8 : 3.

Sluiten