Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAN DE ZIEL STERVEN?

blijft voortleven, legt zijn geest in de handen van zijn God.

Zoo zien we dus, dat bij het sterven uiteengaan de beide elementen, waardoor de mensch werd tot een levend wezen.

De geest gaat uit, komt tot beschikking van God, als de mensch wederkeert tot het stof, waaruit hij genomen is.

In de uitvoerige beschrijving, ons in Ezech. 87 gegeven van het weer levend-worden van den mensch, vinden we opnieuw dat tweezijdig bestaan. Eerst wordt uit de dorre doodsbeenderen het lichaam gevormd. De beenderen naderden tot elkander. Elk been tot zijn been. Peezen en vleesch kwamen er op. Een huid werd er omheen getrokken, maar een geest was er nog niet in. Het lichaam is dan compleet, maar de geest ontbreekt nog. Als dan Ezechiël opnieuw geprofeteerd heeft, komt ook de geest er in en staan er menschen.

Kan de ziel sterven?

Er is een uitspraak van Prof. Bavinck (Geref. Dogm.s IV Kampen 1918, bl. 659): „Voor eene beschouwing, die alleen het lichaam sterven laat en zich troost met de onsterfelijkheid der ziel, is in het O. T. geen plaats. De gansche mensch sterft, als bij den dood de geest, of de ziel, uit den mensch uitgaat. Niet alleen zijn lichaam, maar ook zijne ziel verkeert in den staat des doods en behoort der onderwereld toe; daarom kan er ook van een sterven der ziel gesproken worden en van de verontreiniging door aanraking van de ziel van een doode, d. i. van een lijk."

Deze uitspraak heeft in onzen tijd verwarring gesticht. De oorzaak is hierin te zoeken, dat niet nauwkeurig is vastgesteld, wat het O. T. in de aangeduide plaatsen onder „ziel" verstaat. Wanneer Bileam zegt: Mijn ziel sterve den dood des oprechten, Num. 23 :10, of Simson: Mijn ziel sterve met de Filistijnen, wordt met „mijn ziel" bedoeld: ik.

Sluiten