Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

RIJKE NUANCEERING

Wanneer er bij de rechtvaardigen een huivering is voor de sjeool, is het duidelijk, dat er bij hen dankbaarheid is, wanneer Jahwe hen van de sjeool bevrijdt.

„Ik zeide: in den bloei mijner dagen moet ik heengaan in de poorten van de sjeool", Jes. 38 : 10. Hizkia meende, dat hij sterven zou en dus den dood en het graf in zou moeten gaan.

Maar al komen de rechtvaardigen met de sjeool in aanraking, Jahwe geeft hen niet prijs aan de doodsmacht.

„Uit de macht van de sjeool zal Ik hen bevrijden; van den dood zal Ik hen verlossen. Waar zijn uw pestilentiën, o dood? Waar is uw verderf, o sjeool? Berouw is voor mijn oogen verborgen", Hos. 13 : 14.

Deze tekst komt wel voor midden in een gerichtsaankondiging, maar dat is nog geen reden om dit vers zelf (zooals veel exegeten doen!) als een oordeelsprediking op te vatten.

Men vertaalt dan: „Zal Ik hen uit de macht van de sjeool bevrijden? Hen verlossen van den dood!? Gij dood, kom met uw pestilentiën! Sjeool, kom hier met uw verderf!"

Wij zijn van meening, dat we deze laatste vertaling moeten verwerpen en aan de eerstgenoemde beslist de voorkeur moeten geven. En wel om de volgende redenen:

1° De tekst zelf pleit daarvoor. Op het eerste gezicht komt bij niemand de gedachte op, dat hier een vraag bedoeld is (Zal Ik hen bevrijden?)

2° Merkwaardig is, dat alle oude vertalingen den tekst zóó gelezen hebben. Niet één van hen heeft den zin als vraag opgevat.

30 De manier, waarop Paulus dit vers in 1 Cor. 15 : 55 citeert, bewijst, dat ook de apostel Paulus Hos. 13 : 14 gelezen heeft, zooals wij het aangaven.

40 De gedachtengang van de profetie van Hosea spreekt er voor. Telkens worden bijna gelijktijdig oordeel en verlossing aan-

Sluiten