Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT GAAT NAAR DE SJEOOL?

Het lijk gaat naar het graf, maar de ziel naar de sjeool en nu dacht hier de dichter, dat God zijn ziel uit de sjeool heeft opgevoerd.

Maar het woord nefesj, dat daar gebruikt wordt mag niet vertaald worden met ons woord ziel. Men moet daar vertalen: „Gij hebt mij uit de sjeool doen opstijgen". De dichter spreekt hier over zijn genezing. Hij is tot dichtbij den dood gekomen, maar God heeft hem nog van den rand van het graf willen redden, uit de kaken van den dood bevrijd.

Daarom zijn wij van meening, dat deze teksten in het geheel niet als bewijsmateriaal mogen worden aangevoerd om de stelling te verdedigen, dat het O. T. zou leeren, dat de ziel naar de sjeool gaat.

Wanneer Bavinck in zijn Geref. Dogmatiek (3e druk, Deel IV, bl. 657) schrijft: „Door den dood komen alle zielen in het doodenrijk, in den Scheol" *) en op bl. 659: „Niet alleen zijn lichaam, maar ook zijn ziel, verkeert in den staat des doods en behoort der onderwereld toe," dan meenen we, dat hiervoor geen enkele Oudtestamentische plaats als bewijs is aan te voeren.

Deze gedachte moeten we geheel loslaten. De mensch, als hij sterft, behoort tot den staat des doods, is niet meer in het „land der levenden", behoort niet meer tot deze wereld, maakt het leven hier op aarde niet meer mee. 4

Hij gaat het graf in (sjeool). Hij komt met de doodsmacht in aanraking. Maar uitdrukkelijk wordt gezegd:

1° De geest komt tot beschikking van God.

2° God geeft de rechtvaardigen niet prijs aan de sjeool (doodsmacht).

*) In het Hebreeuwsch is het woord sjeool vrouwelijk. Het is dus minder juist om te spreken van den sjeool.

Sluiten