Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SJEOOL EN STRAF

ling. Ze heeft haar morgenglans en middaghoogte. Als Jezus Christus komt, staat de openbaringszon in haar zenith. In het O. T. vinden we nog niet die volle, rijke, uitgegroeide openbaring aangaande dood en leven.

Maar we moeten den Israëliet geen onrecht doen. Hij is als Oosterling anders dan de Wersterling. Wij benaderen de openbaring met onze Westersche, discursieve redeneering.

De Israëliet met zijn Oostersche intuïtie.

Wij stellen vragen, die bij hem in geen geval opkwamen.

Maar we moeten hier uiterst voorzichtig zijn. Anders dringen we onze opvattingen aan de bijbelschrijvers op.

In een volgend hoofdstuk zullen we zien, hoe rijk bij den Israëliet reeds was de openbaring aangaande de opstanding, aangaande het leven bij God.

Eenerzij ds komt de geloovige Israëliet met den dood en de doodsmacht en de doodenwereld in aanraking, maar anderzijds klemt hij zich vast aan Jahwe, Die eeuwig is.

Zelfs in den dood kan de band aan Jahwe niet verbroken worden.

En na den dood is het leven hem bereid.

Sjeool en straf.

Merkwaardig is, dat bij geen enkelen Israëliet als deze sterft, gezegd wordt, dat hij toen afdaalde naar de sjeool. Alleen vinden we die uitdrukking bij het oordeel over Dathan en Abiram. Dit wijst in de richting, dat deze uitdrukking iets hards, iets onaangenaams had.

Wel spreekt Jakob vóór zijn sterven van een-met-kommerafdalen naar de sjeool en evenzoo gewaagt David ten aanzien van Simeï, dat hij niet met vrede in de sjeool mag afdalen, maar als Jakob gestorven is, lezen we de uitdrukking, dat hij „verzameld werd tot zijn volken". Wij voelen er in, dat „afdalen naar de

Sluiten