Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SJEOOL EN DE VERTALING „HADES"

N. T., dat in het Grieksch gegeven werd, maar in een Grieksch, waarin vele woorden een geheel eigen beteekenis, een „openbaringsbeteekenis" hadden gekregen.

Daarom mag men de stelling in haar algemeenheid niet verkondigen, dat een woord uit de Septuaginta te verklaren is met een woordenboek van het profane Grieksch. Dit is in zeer vele gevallen beslist niet waar.

Vandaar, dat er ook afzonderlijke woordenboeken verschijnen om die typische openbaringstaai te verduidelijken en te verklaren.

Daarom zegt het argument, dat de Septuaginta het woord sjeool door „hades" vertaalde niet zoo veel.

Zeker beteekent dit niet, dat daardoor bewezen is, dat sjeool gelijk is aan „onderwereld".

Integendeel. Wil men het woord „hades" zoowel van de Septuaginta, als uit het N. T. verklaren, dan zal men dit alleen kunnen, als eerst de beteekenis van het Hebreeuwsche woord „sjeool" is vastgesteld.

Het woord sjeool, dat is ons uit de exegese van de verschillende plaatsen gebleken, is een woord, dat meer dan eens een synoniem is voor dood en graf.

Er zijn ook plaatsen, waar het woord beteekent: diepte.

En nu hebben we hier hetzelfde verschijnsel, dat we ook aantroffen bij bör, en bij sjachat.

Bör beteekent put en wordt ook gebruikt voor graf. Sjachat beteekent kuil en kan daardoor heel geschikt gebezigd worden voor de plaats, waarin het lijk wordt achtergelaten. Zoo ook sjeool. Dit beteekent eigenlijk diepte. En er zijn in het O. T. nog voorbeelden van aan te wijzen. Maar nu wordt dit woord ook gebruikt voor graf, begraafplaats, doodenplaats.

Dat daarbij in dichterlijke stukken een teekening van de sjeool gegeven wordt als een diepe stad met gegrendelde poorten, beteekent toch waarlijk niet, dat we ons nu letterlijk de sjeool als een

Sluiten