Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DOOD IS ONHERROEPELIJK

ondergrondsche stad moeten voorstellen.

Dit zijn poëtische beelden, die door de dichters gebruikt worden om het karakter van de doodenwereld en de doodsmacht aan te geven.

Zoo min als men ontvluchten kan uit een stad met gegrendelde poorten, zoo min kan men, indien men eenmaal in de macht van den dood gekomen is, zich aan die macht ontworstelen.

Aan dien dood ontkomt niemand. Het is een wegzinken in de diepte.

Bovendien vinden we diezelfde dichterlijke uitdrukkingen ook voor den „dood". We lezen van -poorten van de sjeool, maar ook van poorten van den dood.

De dood is onherroepelijk.

Wanneer we zeggen, dat aan den dood niemand ontkomt, en dat men aan de macht van dien dood zich niet ontworstelen kan, beteekent dat geenszins een ontkenning van de hemelvaart van Henoch en Elia, of van het weer-levend-worden van personen, die reeds ontslapen waren.

We zullen later hierover afzonderlijk handelen.

Henoch en Elia echter vormden een uitzondering. En worden ook als zoodanig in het O. T. ons geteekend. Maar de regel is, dat allen sterven. Wie leeft er die den slaap des doods niet eens zal slapen?

Over dat ervaringsfeit wordt meer dan eens gesproken in de Schrift.

Men doet die Schrift geweld aan, als men in zulke plaatsen wil lezen, dat er toch eigenlijk geen hoop op opstanding is.

Dat de opstandingsgedachte sterk leeft in het O. T., hopen we in het volgend hoofdstuk aan te toonen.

Maar wanneer Job, of de Psalmisten, spreken over een niet-

Sluiten