Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

COMMISSARISSEN ; VERDEELING VAN HET VERMOGEN.

Commissarissen.

In het laatste lid van artikel 55d W. v. K. heeft de wet doen uitkomen, dat zij voor de vereffening van de zaken der N. V. noodig acht het voortbestaan van de bestaande commissarissen1; het artikel stelt immers vast, dat, tenzij de akte van oprichting in concreto of een besluit der algemeene vergadering in concreto anders bepaald heeft, de taak der commissarissen ten aanzien der vereffenaars dezelfde is, als zij was ten aanzien der bestuurders ; waar hier verwezen wordt naar akte van oprichting en besluit der algemeene vergadering in verband met slechts de taak der commissarissen, is het niet twijfelachtig, dat de rechtsverhouding tusschen N. V. en commissarissen blijft voortbestaan.

Verdeeling van het vermogen.

Zeer belangrijk voor de materieelrechtelijke zijde der vereffening is het thans volgende artikel 56.

Artikel 56 W. v. K. luidt :

HETGEEN NA DE VOLDOENING DER SCHULDEISCHERS OVER IS GEBLEVEN VAN HET VERMOGEN EENER ONTBONDEN NAAMLOOZE VENNOOTSCHAP, WORDT AAN DE AANDEELHOUDERS EN ANDERE RECHTHEBBENDEN IN VERHOUDING TOT IEDERS RECHT UITGEKEERD; ONVERMINDERD DE BEVOEGDHEID DER VEREFFENAARS OM, INDIEN DE STAAT VAN DEN BOEDEL DAARTOE AANLEIDING GEEFT, EEN UITKEERING BIJ VOORBAAT TE DOEN.

Het artikel handelt over de distributie van het vermogen der ontbonden N. V. en over degenen, die daarop recht kunnen doen gelden.

Daaronder vallen op de eerste plaats en krachtens op de wet gegrond recht en worden als zoodanig afzonderlijk en alleen genoemd de schuldeischers der N. V. ; op de eerste plaats 2 komen de crediteuren, aangezien al de goederen eener debitrice voor hare verbintenissen aansprakelijk zijn, zooals in artikel 1177 B. W. wordt vermeld, terwijl blijkens de uitdrukkelijke bepaling van artikel 36 W. v. K. de wet niet wil weten van een boedelverdeeling, waarbij de rechtverkrijgenden uit den boedel

1 Prof. Mr. E. J. J. van der Heijden t. a. p. n°. 384 pag. 460. Mr. Dr. L. E. Visser t. a. p. n°. 173 pag. 285—286. Prof. Mr. W. L. P. A. Molengraaff t. a. p. pag. 294. Dr. Dr. F. Schlegelberger t. a. p. ad § 206 D. A. G. pag. 867 vlg. en § 209 D. A. G. pag. 872 en 874 Anm. 15. Lyon-Cakn-Renault-Amiauu t. a. p. n°. 909 pag. 501 : les commissaires cessent leur fonctions.

2 G. Vlug t. a. p. n°. 123 en 124 pag. 93. Prof. Mr. E. J. J. van der Heijden t. a. p. n°. 388 pag. 464. Mr. Dr. L. E. Visser t. a. p. n°. 175, 176 pag. 287 en n°. 177, pag. 289. Prof. Mr. W. L. P. A. Molengraaff t. a. p. pag. 294. Mr. Dr. M. Polak, Overzicht pag. 38. Lyon-Caën-Renault-Amiaud t. a. p. n°. 910 pag. 502. Dr. Dr. F. Schlegelberger t. a. p. pag. 208—209, D. A. G. pag. 871— 872 en 873 speciaal sub D en § 212 D. A. G. pag. 881—883.

Sluiten