Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERZET ; VOORLOOPIGE UITKEERING.

Zoowel in het eene als in het andere geval, zullen door de verzetdoende partij voldoende feitelijke en juridische gegevens moeten worden verstrekt, die de door 't artikel genoemde conclusie wettigen ; den rechter is immers bij deze procedure niet gegeven een aparte en uitgebreide bevoegdheid tot eigen onderzoek.

Wanneer naar het verzetsmiddel wordt gegrepen op grond der afwezigheid van voldoende gegevens in het plan van uitkeering, is het zeer wel denkbaar, dat den rechter in den loop der procedure duidelijk wordt, dat er geen bezwaren bestaan tegen de uitkeering, zooals en in de mate, gelijk die, na verderen uitleg in rechte, in het plan van uitkeering blijkt te zijn bedoeld ; hij zal dan niet kunnen verklaren, dat het verzet ten onrechte heeft plaats gehad, daar er immers niet is voldaan aan het vereischte van een plan van uitkeering, houdende grondslagen. Er zal eerst een plan van uitkeering, houdende grondslagen, moeten worden neergelegd. De rechter kan niet bevelen, dat uitkeering zal geschieden naar het plan van uitkeering, waartegen verzet werd gedaan, zooals dat na nadere toelichting-in-rechte blijkt bedoeld te zijn ; de wet geeft hem die bevoegdheid niet, het nederleggen van een duidelijk plan van uitkeering is een essentieel vereischte.

Al wekken de door de wet gebruikte bewoordingen, nl. „de dagvaarding om te hooren verklaren'' den schijn alsof van een simpel declaratoir vonnis sprake zal zijn, is zulks geenszins het geval : veeleer is er sprake van rechtstoestandvaststellende vonnissen met, naar hun aard, werking tegenover al degenen, die bij de ^erdeeling betrokken zijn1, althans na verloop van den voor verzet openstaanden termijn en bij aanwezigheid van gewijsde.

De aangekondigde uitkeering wordt door het exploit, waarvan als zoodanig de dagteekening vaststaat, geschorst ; zij zal niet eerder kunnen geschieden, dan na intrekking van het verzet, of na beslissing op het verzet bij rechterlijk gewijsde, mits na verstrijken van den termijn van 2 maanden ; aangezien geen afwijkende bepalingen dienaangaande zijn gemaakt, zal moeten worden aangenomen, dat voor intrekking van het verzet noodig is de beëindiging der bij dagvaarding aangespannen procedure overeenkomstig de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Waar ook ten dien aanzien geen afwijkende bepalingen zijn gemaakt, is mogelijk, dat van de beslissing in de verzetprocedure wordt ingesteld hooger beroep en cassatie.

Voorloopige uitkeering.

Het is een zeer practische en gezonde maatregel, door den wetgever neergelegd in artikel 566 W. v. K., waar een regeling wordt getroffen, waardoor wordt vermeden, dat de afwikkeling van den boedel der

1 Prof. Mr. E. J. J. van der Heijden t. a. p. n°. 391 pag. 469. Mr. Dr. L. E. Visser t. a. p. n°. ]77c pag. 293.

Sluiten