Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORLOOPIGE UITKEERING ; VOORLOOPIGE INBEWARINGEVING.

door de wet eenigszins eigenaardig „partijen" worden genoemd, kunnen optreden, hetzij vertegenwoordigd, hetzij bijgestaan door procureur.

Een hooger beroepstermijn van drie weken staat aan partijen open bij het Gerechtshof tegen de beslissing der Rechtbank ; het Hof moet eveneens hooren degenen, die verzet hebben gedaan ; geenerlei verdere voorziening is mogelijk dan cassatie in het belang der wet.

Voorloopige inbewaringgeving.

Gedurende den loop der vereffening kunnen groote waarden tot latere uitkeering aanwezig zijn bij de vereffenaars.

Met betrekking tot de bewaring van de gelden der ontbonden N. V., wordt door artikel 56a W. v. K. een regeling gegeven ; ten aanzien van deze bewaring kan eene beslissing gegeven worden door de rechtbank, in artikel 56a W. v. K. genoemd.1

Zij zal daartoe kunnen overgaan, nadat een daartoe strekkend verzoekschrift aan haar is ingediend ; de wet spreekt immers van een verzoek, dat aan de rechtbank wordt gedaan, terwijl bovendien de gevraagde beslissing niet van contradictoiren aard behoeft te worden geacht te zijn, zulks blijkens het feit, dat het verzoek kan worden gedaan door de vereffenaars zeiven, die blijkens het tweede lid van artikel 56c W. v. K. moeten worden gerangschikt onder de in het eerste lid genoemde belanghebbenden.

De belanghebbenden van artikel 56c W. v. K. kunnen meerdere en andere zijn, dan de direct rechthebbenden op den te liquideeren boedel der ontbonden N. V.

Het verzoek strekt tot verkrijging van een bevel aan de vereffenaars, om hetgeen onder hen berust van de N. V. geheel of gedeeltelijk in bewaring te geven.

Het bevel kan betrekking hebben op al hetgeen de vereffenaars onder zich hebben van de N. V., derhalve lichamelijke roerende zaken ; onlichamelijke zaken hebben de vereffenaars nooit „onder zich" en artikel 1731 B. W., handelend over de bewaargeving spreekt van eenig „goed", dat in natura zal moeten worden teruggegeven ; wel echter is mogelijk het bevel tot inbewaargeving van de bewijspapieren van aan de ontbonden N. V. toekomende rechten, alsmede van zoodanige papieren, zonder het houden en hebben waarvan eenig recht niet kan worden uitgeoefend.

De bewoordingen der wet, inhoudende, dat het bevel tot inbewaringgeving kan worden gegeven van hetgeen de vereffenaars onder zich hebben van de naamlooze vennootschap, beteekent niet, dat eigendom der naamlooze vennootschap aanwezig moet zijn ; noch grammaticale, noch logische interpretatie dwingen tot dien uitleg, zoodat ook het bevel tot bewaring kan worden gegeven ten aanzien van datgene, waarvan

1 Prof. Mr. E. J. J. van der Heijden t. a. p n°. 393 pag. 471. Mr. Dr. L. EVisser t. a. p. n°. 174 pag. 286—287. G. Vlug t. a. p. ad artikel 56c n°. 127, pag. 93-

Sluiten