Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF IN HET GEMEENTELIJK BESTEL

oder Wohlfahrtsbetriebe vallen ziekenhuizen, musea en scholen.

Hij erkent echter, dat de grens vaak moeilijk is te trekken ]).

Uitgaande van deze indeeling zou ik als „bedrijven" willen Hl<jr ^ozen beschouwen die takken van dienst, welke onder de eerste twee j;ng groepen vallen, dus bij wier exploitatie voornamelijk winst wordt beoogd of althans naar rentabiliteit wordt gestreefd.

Van de bedrijven vallen naar mijn meening de meeste onder de tweede groep: primair is de verzorging van bepaalde algemeene behoeften, secundair het bereiken van een gunstig financieel resultaat. Daartoe reken ik gas-, water- en electriciteitsbedrijven, telefoondiensten, openbare slachthuizen, girodiensten en spaarbanken, vervoerondernemingen, havens, dokken, veren, gronden woningbedrijven enz.

Of practisch een verlies wordt geleden, is voor de onderscheiding niet van beteekenis. Het streven naar rentabiliteit is beslissend.

Gemeentebedrijven, die uitsluitend het maken van winst beoogen, zijn er slechts weinige. Min of meer toevallig kunnen zij bestaan als een bezit, dat zoo rendabel mogelijk wordt gemaakt. Zoo kunnen gemeenten boerderijen beheeren of gronden ontginnen uitsluitend om inkomsten te verwerven.

Inrichtingen, waarbij bewust niet naar rentabiliteit wordt ge- Diensten, streefd, zijn als diensten te beschouwen. Als voorbeelden kunnen worden genoemd ziekenhuizen, scholen, musea, schouwburgen,

sport- en speelterreinen, bad- en zweminrichtingen, reinigingsdiensten, keuringsdiensten van waren.

Het is duidelijk, dat het ontbreken van het rentabiliteitsstreven niet beteekent, dat bij het beheer van deze diensten het economisch beginsel, het verkrijgen van het grootst mogelijke nut met het geringst mogelijke offer, niet in acht zou worden genomen. Ook bij deze inrichtingen zal zooveel mogelijk efficiency moeten worden betracht. Rentabiliteit zal echter niet kunnen worden verkregen,

indien de inrichtingen aan haar doel willen beantwoorden, en

*) Een indeeling in drieën geeft ook Liefmann, Die Unternehmungsformen, 1923, blz. 120 en vlg. Hij onderscheidt öffentliche Anstalten, Wirtschaften en Unternehmungen. Gas- en electriciteitswerken acht hij een overgang tusschen öfïentliche Wirtschaften en Unternehmungen.

Sluiten