Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTSTAAN VAN HET GEMEENTEBEDRIJF

kunnen worden veranderd. Anders zou immers de onderneming op losse schroeven staan.

De concessie heeft daarom een contractueel karakter. Heeft zij formeel den vorm eener vergunning, dan zal zij den concessionaris slechts door zijn aanvaarding binden en de vergunning tezamen met haar aanvaarding vormen dan een overeenkomst, die niet eenzijdig zal kunnen worden gewijzigd. Verplichtingen, die niet uit de concessievoorwaarden voortvloeien, heeft hij niet. De Overheid, die een concessie verleent, zal derhalve nauwkeurig de voorwaarden, waaronder naar haar meening het bedrijf moet worden uitgeoefend, dienen te formuleeren 1).

Zoo is het mogelijk, dat zij zich de bevoegdheid van goedkeuring van de tarieven wil voorbehouden; zij zal dan dit voorbehoud in de voorwaarden moeten opnemen. Hiermede kan zij onwenschehjke tarieven weren, doch een in het algemeen belang wenschelijke herziening kan zij hiermede nog niet bewerken. Zou zij zich onbeperkt een recht tot herziening van de tarieven willen bedingen, dan is het niet waarschijnlijk, dat de concessie zou worden aanvaard. De concessiehouder zou in een dergelijke voorwaarde een te groot risico zien. Verkrijgt de Overheid een recht tot herziening van de tarieven, zoo zal dit wel in de concessievoorwaarden worden beperkt, afhankelijk gemaakt van bepaalde winsten enz.

Vele termen zullen slechts vaag kunnen worden gekozen. De controle op de naleving zal dan moeilijk zijn en zij kunnen een bron van geschillen opleveren.

De concessies zullen, zooals reeds werd opgemerkt, noodzakelijkerwijze voor een geruimen tijd, meestal voor dertig jaren of langer, dienen te worden verleend. Het is duidelijk, dat het uiterst moeilijk is, om in de vóór den aanvang der concessie geredigeerde

*) Zie v. d. Tempel, De starheid van het concessiestelsel, Weekblad Gemeentebelangen 1934, blz. 9 en vlg. Op het voetspoor van de Fransche administratieve rechtspraak meent Diesch (De bedrijfsconcessie, proefschrift Leiden, 1939), dat de Overheid ook zonder dat de concessie dit bepaalt, gerechtigd is in de concessievoorwaarden wijziging te brengen in het belang van een goede behoeftenvoorziening, mits zij den concessionaris schadeloos stelt, indien de wijziging hem een buitengewonen, onvoorzienbaren last, niet behoorende tot het normale ondernemersrisico, oplegt, blz. 185 en 186. Terwijl ik een rechtsontwikkeling in dezen zin wenschelijk zou achten, meen ik, dat de rechter hier te lande ten aanzien van gemeentelijke concessies deze Fransche opvatting nog niet zou aanvaarden.

Sluiten