Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ONTSTAAN VAN HET GEMEENTEBEDRIJF

de gemeenten den bouw te hebben verzorgd, krachtens een pachtovereenkomst exploiteerde1). In al deze gevallen is sindsdien de exploitatie door de gemeenten overgenomen.

Niet geheel hieraan gelijk zijn de enkele gevallen, waarin een gemeente voor den aanleg van een tramwegnet zorgde, terwijl de particuliere exploitant zelf het rollend materieel had aan te schaffen.

Veel opgang heeft deze variant van de concessie niet gemaakt. Haar toepassingen hebben geen stand kunnen houden.

Behalve op het punt van de naastingsom leidt de pachtovereenkomst ook tot dezelfde bezwaren als de zuivere concessie. De tegenstelling van belangen tusschen gemeente en exploitant bestaat bij haar evenzeer. Ook hier zijn de wederzijdsche rechten en verplichtingen in een voor langen tijd geldend stuk omschreven en kan hun uitlegging en uitvoering moeilijkheden berokkenen. Het gevaar, dat op het onderhoud in de laatste jaren zooveel mogelijk zal worden bezuinigd, dreigt hier wellicht nog sterker dan in de gevallen, waarin een naastingsom wordt uitgekeerd 2).

Teveel winst 4. Voorzoover de winst van het geconcessioneerde bedrijf niet komt den beschouwd kan worden een rechtvaardige belooning te zijn van den

concessionaris i .

ten goede. ondernemingsgeest en den arbeid van den concessionaris, wordt

het een bezwaar geacht, dat zij niet aan de gemeenschap, in dit

geval dus de gemeente, doch aan den concessionaris ten

goede komt.

Monopolie- Twee gronden zijn er om althans een deel van de winst van ge~ wmst' concessioneerde bedrijven als van bijzonderen aard te beschouwen.

De eerste is het monopolistisch karakter van het bedrijf. Bij concurrentie heeft de prijs de neiging niet ver van de productiekosten af te wijken. Bij monopolie wordt de prijs in veel mindere mate door de productiekosten bepaald, doch richt hij zich voornamelijk naar de offers, die de consumenten voor de verkrijging van het goed willen brengen.

Vele monopo- Nu is wel te bedenken, dat vele bedrijven geen absoluut monolies zijn niet

absoluut. ij ^ie Emonds, t.a. p. blz. 263 en vlg.

2) Zie Gerritsz, t.a. p. blz. 509.

Sluiten