Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF VOLGENS DE GEMEENTEWET

2. Hij zorgt voorts voor een tijdige betaling van alle vorderingen ten laste van het bedrijf.

3. Met uitzondering van kleine uitgaven, waartoe geacht worden te behooren die voor porti, vrachten enz., doet hij geen betalingen dan tegen kwitantie, tenzij door middel van den Postchèque- en Girodienst betaald wordt, en nadat de betrekkelijke rekeningen of andere bescheiden voor „gezien" zijn geteekend door den Burgemeester en een der Wethouders.

4. De in het vorige lid van dit artikel bedoelde kleine uitgaven moeten, indien zij een bedrag van ƒ 5,— te boven gaan, zoo eenigszins mogelijk, eveneens door kwitantiën gestaafd worden.

Artikel 8

1. De administrateur stort tegen kwitantie zijn kas, voor zoover deze en het saldo bij den Postchèque- en Girodienst te zamen een bedrag van ƒ overtreffen, in ronde sommen van ƒ 100,— onverwijld bij den Ontvanger der gemeente, tenzij hij dit meerdere voor onmiddellijk te verrichten betalingen behoeft.

2. In geen geval overtreffen zijn kas en het saldo bij den Postchèque- en Girodienst te zamen een bedrag van ƒ

3. De gestorte gelden worden door den Ontvanger der gemeente teruggegeven zonder bevelschrift, als bedoeld in artikel 121, tweede lid, juncto artikel 261 der Gemeentewet op een schriftelijke aanvrage van den administrateur, voor „accoord" geteekend door een daartoe door Burgemeester en Wethouders aangewezen lid van hun College.

Artikel 9

1. Tot tijdelijke voorziening der kasmiddelen kunnen bij den Ontvanger der gemeente gelden worden opgenomen op een schriftelijke aanvrage van den administrateur, voor „accoord" geteekend door het in het vorige artikel bedoelde lid van het College van Burgemeester en Wethouders.

2. Deze gelden worden door den Ontvanger der gemeente zonder bevelschrift, als bedoeld in artikel 121, tweede lid, juncto artikel 261 der Gemeentewet, afgegeven.

Sluiten