Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN HET BEHEER

omtrent afschrijving en reserveering, aan de salaris- en loonregelingen voor het personeel.

De bedrijfsdirecteur is dus allesbehalve vrij in zijn beheer.

Aard van zijn Vat ik een en ander samen, dan kom ik tot de volgende kenschetsing van de directeursfunctie. De directeur heeft grootendeels de leiding van het bedrijf en voor het overige heeft hij op de leiding belangrijken invloed.

De aard van zijn functie brengt met zich, dat hij in het bijzonder de belangen van het bedrijf op zich zelf zal behartigen. Hij zal ijveren voor een gezond, krachtig bedrijf en zal streven naar uitbreiding van zijn werkingssfeer. Daartegenover zullen de gemeentelijke bestuursorganen voor de harmonie met algemeene belangen en met het belang der overige gemeentehuishouding moeten zorg dragen.

Critiek. De tweeslachtigheid in de positie van den directeur heeft uiter¬

aard tot critiek geleid. Zonder twijfel zal de directeur van een gemeentelijk bedrijf wel eens achterstaan bij zijn collega van een particuliere onderneming, wanneer het van belang is snel een beslissing te nemen en de gemeentelijke directeur niet terstond naar eigen inzicht kan handelen, doch eerst de toestemming van nietdeskundige bestuursorganen moet verkrijgen. Ook kan het wenschelijk zijn in een bepaald geval van bindende regelen af te wijken en zal dat in een gemeentebedrijf onmogelijk of minder gemakkelijk zijn.

Uit de kringen der bedrijfsdirecteuren zijn stemmen opgegaan,

die, zich grondend op deze critiek, een ingrijpende wijziging in de

positie van den directeur bepleitten.

Belieer geheel Bekend is een in 1904 verschenen verslag eener door de Vereenibi* den

directeur. ging van Delftsche Ingenieurs ingestelde commissie inzake ïnrichRapport 1904 ting en wijze van werken der besturen van groote gemeenten. Ctelitsdie Voor takken van dienst van eenigen omvang achtte deze commissie

Ingenieurs. het wenschelijk, dat het beheer aan een hoofdambtenaar en het toezicht op het beheer aan een commissie zouden worden toevertrouwd, terwijl het oppertoezicht bij B. en W. zou verblijven 1).

*) Blz. 36.

Sluiten