Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN HET BEHEER

Deze directeuren zouden de volkomen zelfstandigheid van hun particuliere collega's moeten bezitten.

Voor commissies van bijstand, laat staan voor bestuurs- of beheerscommissies, zou m hun stelsel geen plaats zijn. Ten hoogste zouden commissies van voorbereiding, waarmede de directeuren een innig contact zouden hebben, toezicht op de controle en het beheer van den dienst der bedrijven mogen uitoefenen.

Bednjfs- ^ Een nog verdere consequentie is ter sprake gekomen in de reeds

van B. en W. meergenoemde Commissie der Maatschappij voor Nijverheid en Handel *), n.1. dat de directeuren als ambtelijke leden deel zouden uitmaken van het college van B. en W. zonder dat zij de positie van Raadslid zouden verkrijgen.

Beoordeeling. Deze denkbeelden hebben tot dusver weinig ingang kunnen vinden en ik verwacht ook niet, dat hierin spoedig wijziging zal komen. De Staatscommissie-Oppenheim verwierp de gedachte der hoofden van dienst, omdat zij niet in overeenstemming was met de plaats, welke „de ambtenaar, hoeveel vrijheid van beweging hem ook wordt toegestaan en moet worden gelaten, in het gemeentelijk bestuur moet innemen". Zij achtte haar niet te vereenigen met de verhouding, die tusschen bestuur en ambtenaar de natuurlijke is. En terecht merkte zij op, dat zelfs op in hoofdzaak technische beslissingen vaak overwegingen van beleid en wenschelijkheid, aan andere dan technische inzichten getoetst, moeten inwerken.

De Commissie der Maatschappij voor Nijverheid en Handel dacht er niet anders over. Zij wees nog op het verschil tusschen de vereischten voor het lidmaatschap van het College van B. en W. en die, welke aan den directeur van een bepaalden tak van dienst moeten worden gesteld. „Technische bekwaamheid voor de leiding van een bedrijf of dienst garandeert allerminst bijzondere geschiktheid om deel te nemen aan de beslissing over de algemeene vraagstukken van gemeentebeleid, om deel uit te maken dus van het college van B. en W. Te vreezen zou juist zijn, dat directeuren, die als zoodanig in het college van B. en W. zouden zitten, moeite zouden hebben om zich bij de beoordeeling van allerhande vraagstukken los te

*) Rapport blz. 16 en vlg.

Sluiten