Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN HET BEHEER

maken van de bijzondere behoeften en belangen van hun eigen bedrijf of dienst."

Met dit oordeel en de hiertoe gebezigde argumenten kan ik mij geheel vereenigen *).

Een minder ver gaande wijziging in de positie van den bedrijfs- Bedrijfsdirecteur is wel in alle drie rapporten verdedigd. Het is het denkbeeld den bedrijfsdirecteur toegang tot den Raad te verschaffen, den Raad. wanneer zijn verdediging of toelichting van voorstellen wenschelijk is.

De commissie van de Vereeniging van Delftsche Ingenieurs wilde den directeur slechts het recht toekennen in den Raad de details der door hem ontworpen maatregelen uiteen te zetten. Een zelfstandige verdediging van de voorstellen zou de directeur niet moeten voeren. Hij zou zich tot het geven van inlichtingen moeten beperken, daar hij anders zou treden op het gebied, dat aan B. en W.

toekomt. Naar de commissie meende, behoorde hij de gelegenheid tot zelfstandige ontwikkeling zijner denkbeelden te vinden in de Raadscommissie.

De Staatscommissie-Oppenheim wilde den toegang tot den Raad afhankelijk stellen van het inzicht van B. en W. Zij, die de verdediging in den Raad hebben te voeren, zouden dienen te beoordeelen,

of zij bij het behandelen van hun voorstellen zich door een ambtenaar willen doen bijstaan. Een soortgelijke regeling stelde de Commissie der Maatschappij voor Nijverheid en Handel voor.

Het voorstel der Staatscommissie-Oppenheim heeft de Regeering Praktijk, niet gevolgd. De feitelijke toestand komt echter vaak de verwezenlijking van het denkbeeld nabij. De directeuren plegen de vergaderingen der bijstandscommissies bij te wonen en zij hebben daarin practisch een adviseerende stem. Tot de eigenlijke Raadsvergaderingen hebben zij geen toegang. Doch wanneer dit noodig is, zijn zij in de zaal aanwezig om den Wethouder de m het debat vereischte inlichtingen te kunnen geven.

Is een gewichtig project aan de orde, waarvoor de Raad als geheel groote belangstelling heeft, dan wordt de officieele behandeling

') Zie ook Van Poelje, De positie der bedrijfsdirecteuren, in Korte opstellen over gemeenterecht en gemeentebeleid, 1924, blz. 57.

Sluiten