Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN HET BEHEER

zame personeel anderzijds, hetwelk voor een goede leiding en rationeel beheer van nut moet worden geacht; in het belang van het personeel: omdat hierin ligt een erkenning van de waarde van zijn arbeid, waardoor zijn arbeidslust zal toenemen" 1).

De uitoefening van medezeggenschap vereischt een orgaan, waarin vertegenwoordigers van het personeel zitting hebben. Het is natuurlijk niet de bedoeling, dat hierdoor het normale persoonlijke contact tusschen chefs en ondergeschikten verloren gaat. „Het medezeggenschap-orgaan mag voor den arbeider of ambtenaar niet zijn een middel om persoonlijke wenschen, grieven of klachten, met voorbijgaan van zijn onmiddellijken chef ter sprake te brengen, maar moet zijn een instituut, waar de vertegenwoordigers van het personeel de gelegenheid hebben om van hun inzichten te doen blijken omtrent algemeene, meer belangrijke zaken."

De Amsterdamsche commissie stelde voor, reeds bestaande Veiligheidscommissies tot deze medezeggenschapsorganen om te vormen. Deze commissies, waarvan het voorzitterschap wordt vervuld door een afdeel ingschef van bedrijf of dienst, zouden een adviseerend, geen medebeslissend karakter moeten hebben. Zoo noodig zouden de vertegenwoordigers van het personeel een beslissing van den directeur kunnen vragen en van deze gevallen zou de directeur jaarlijks aan B. en W. verslag moeten doen.

Ondanks een afwijzend praeadvies van de meerderheid van B. en W. heeft de Raad van Amsterdam tot deze medezeggenschap aan den voet bij eenige belangrijke bedrijven en diensten besloten2).

Op een eenigszins andere wijze georganiseerd had reeds in 1931 de gemeente Utrecht deze medezeggenschap ingevoerd3).

Het is duidelijk, dat de medezeggenschap aan den voet alleen zin heeft voor groote bedrijven met een talrijk personeel. Bij kleine bedrijven heeft praktisch iedere medewerker, hoog of laag, de gelegenheid zijn inzicht omtrent de inrichting van zijn werkzaamheden aan zijn chef en eventueel aan den directeur te doen kennen. In den dagelij kschen gang van zaken ontbreekt ook niet het overleg

l) Zie ook Van Meurs, t. a. p. blz. 27 en vlg.

!) Zie W.G.B. 1935, blz. 166.

3) Zie W.G.B. 1931. blz. 161.

Sluiten