Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ORGANISATIE VAN STREEKVOORZIENING

enkele gemeente, t. w. toezicht op de dagelijksche leiding van den directeur, een beslissende bevoegdheid in vele zaken en de voorbereiding in nog belangrijker aangelegenheden, welke tot de competentie van de vergadering van aandeelhouders behooren. De splitsing tusschen de bevoegdheden van organen wordt nauwkeurig in de statuten neergelegd.

Een overeenkomstige indeeling is gebruikelijk bij de intercom- Bestuursmunale stichtingen. Ook daar worden meestal naast den directeur !nnclltlng

i •lil mtercommu-

twee bestuursorganen ingesteld, een algemeen bestuur en een dage- nale lijksch bestuur. Hun positie is analoog aan die van de aandeelhou- st,chtlngdersvergadering en den raad van commissarissen bij de intercommunale n. v.

Dat bij de stichtingen waar anders dan bij de n. v. geen wette- Wenschelijklijke bepalingen dit bevorderen — deze verdeeling van de bestuurs- J16"1 ™ u

1 JL J 1 i twee colleges.

bevoegdheden pleegt te worden toegepast, is een aanwijzing voor haar practisch nut. Evenals bij de bedrijven van een enkele gemeente is bij de intercommunale ondernemingen naast den directeur plaats voor twee bestuurscolleges. Een, dat zich bepaalt tot de groote lijnen van het beleid en tot de belangrijkste beslissingen, en een college, dat een nauwer contact met de exploitatie heeft en voortdurend toeziet op en medewerkt aan de dagelijksche leiding van zaken.

De wetswijziging van 1931 maakte een behoorlijke regeling van Wetshet beheer van gemeenschappelijke bedrijven op publiekrechte- ^z,iging lijken grondslag mogelijk. Krachtens het nieuwe artikel 130 der Gemeentewet kan voor de behartiging van de gemeenschappelijke belangen

a. een commissie worden ingesteld,

b. een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam worden gevormd en een orgaan van dat lichaam worden ingesteld.

Tenzij in de regeling anders is bepaald, zijn in de commissie of het orgaan de onderscheidene gemeentebesturen vertegenwoordigd (artt. 132 en 134)J).

r') Z,e om'rent de wettdijke regeling en de vragen, waartoe zij ruimte laat, Buriks, Uemeenterecht, 1936, blz. 298 en vlg.

Sluiten