Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IX

DE FINANCIEELE STRUCTUUR VAN GEMEENTEBEDRIJVEN

§ 1. De financiering

Evenzeer als een particulier bedrijf, vereischt een gemeentebedrijf voor zijn stichting en exploitatie de beschikking over goederen en diensten. Daartoe moeten geldmiddelen worden aangewend.

De wijze, waarop deze geldmiddelen worden verstrekt en verkregen,

pleegt men de financiering van het bedrijf te noemen. Hier zullen wij ons tot de verkrijging van geldmiddelen door het bedrijf, de passieve financiering, bepalen 1).

Het is van belang hierbij eenige groepen van goederen en diensten Onderte onderscheiden, in welker financiering moet worden voorzien, f^^ering^ De onderscheiding richt zich naar den tijd, gedurende welken de behoeften, goederen en diensten in de bedrijfsexploitatie worden gebruikt.

De volgende indeeling is dan in het algemeen te maken; het duidelijkst spreekt zij echter wanneer men zich een productiebedrijf, zooals een gas-, electnciteits- of waterbedrijf voor oogen stelt:

1. Goederen, die gedurende den geheelen duur der exploitatie kunnen worden gebruikt. Dit zijn de terreinen, waarop het bedrijf wordt uitgeoefend 2).

2. Goederen, die gedurende vele bedrijfsprocessen kunnen worden gebruikt, doch geleidelijk onbruikbaar worden. Dit zijn de vaste activa zooals gebouwen en inrichting daarvan, machinerieën,

buizen-, kabel- of railsnetten, meters, kantoorinventaris, gereedschappen.

3. Goederen en diensten, welke in één bedrijfsproces worden

*) Van de literatuur nopens financiering noem ik hier in het bijzonder Polak, Eenige grondslagen voor de financiering der onderneming, en artikelen van J. Meijer Azn. over het financiewezen der gemeentelijke onderneming, F. O. 1926, nrs. 19,20 en 21. Zie voorts mijn lezing: De financiering van gemeentebedrijven (F. O. 1938, blz. 2, 17 en 27 en afzonderlijk verschenen).

2) De inrichting van het terrein (bestrating enz.) is tot de tweede groep te rekenen.

Sluiten