Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE FINANCIEELE STRUCTUUR

termijn moeten worden verkregen. De benoodigde gelden worden immers m deze activa „vastgelegd" en komen öf in het geheel niet (voor groep 1 is dit mogelijk1)) öf slechts geleidelijk als resultaat van vele bedrijfsprocessen weer in vlottenden vorm beschikbaar.

Voor de groepen 3 en 5 schijnen, oppervlakkig bezien, middelen op korten termijn voldoende: uit de opbrengst der producten kan immers de aflossing van hiertoe gebezigde credieten worden bestreden.

Evenwel kan het bedrijf niet zijn opgezet voor den duur van één Continuïteitsenkel bedrijfsproces en dit brengt met zich de noodzakelijkheid elsch' de continuïteit in de financiering te verzekeren. Ook voor volgende bedrijfsprocessen dienen de middelen aanwezig te zijn, al ware het alleen reeds omdat pas een lange reeks van bedrijfsprocessen de kosten der activa van groep 2 goedmaakt. Zou uit de opbrengst van één bedrijfsproces een voor het zgn. vlottende kapitaal verkregen crediet worden afgelost, dan zouden de middelen voor een volgend bedrijfsproces ontbreken.

Uit den continuïteitseisch vloeit dus de regel voort, dat voor een hoeveelheid vlottend kapitaal als voor een bedrijfsproces benoodigd is, middelen op langen termijn beschikbaar moeten zijn.

Een tweede consequentie van den contmuïteitseisch is de voor- Voorraadraadvorming (groep 4). Deze is noodzakelijk om stagnatie in produc- vormmgtie of afzet te voorkomen. Zoo zal bijvoorbeeld een gasfabriek een hoeveelheid kolen in voorraad moeten hebben, groot genoeg om tijdens een periode van aanvoerstremming te kunnen doorwerken.

Haar gashouders zullen steeds een hoeveelheid gas moeten bergen,

voldoende om in een plotselinge behoefte bij de afnemers te voorzien.

Dergelijke voorraden zijn wel „ijzeren" voorraden genoemd en ook voor de financiering daarvan zijn middelen op langen termijn noodig.

Middelen op korten termijn komen in het algemeen slechts in Tijdelijke vergroot ing

) Indien niet op terreinen wordt afgeschreven. Aangezien waardevermindering hier- bedriifsvan mogelijk .s, acht ik het veiliger hierop, zij het in een langzaam tempo met b.v %. % nroces per jaar, af te schrijven. Aldus ook De Wilde, Welke regelen moeten worden in acht genomen bij de gemeentelijke leeningspolitiek? praeadvies voor de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten, Gemeentebestuur 1929, blz. 262, die vooral het oog heeft op gronden,

met leeningsgeld gefinancierd.

Sluiten