Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE FINANCIEELE STRUCTUUR

Leenen rechtstreeks door het bedrijf.

Ervaring van gemeenschappelijke en gemengde bedrijven.

Omdat het publiek en de leeningsmarkt evenwel gewend zijn aan leeningen, waarop althans regelmatig een deel wordt afgelost, is practisch voor bedrijfsleeningen aan te raden den aflossingstermijn ruim te stellen en dus de verplichte jaarlijksche aflossingen lager te bepalen dan de verwachte afschrijvingen, doch daarnaast steeds de mogelijkheid van extra-aflossing open te houden 1).

Zooals ik reeds schreef, leenen de bedrijven de benoodigde gelden niet rechtstreeks, doch verkrijgen zij deze van de gemeenten, die hiertoe leeningen aangaan.

Het denkbeeld is wel geopperd, dat gemeente-bedrijven gemakkelijker en voordeeliger zouden kunnen leenen, indien zij dit zelfstandig deden, en dus niet de gemeente, maar zij zelf de schuldenaars jegens de geldgevers zouden zijn. Theoretisch is dit denkbaar 2). Een goed rendeerend bedrijf zou den geldgevers meer waarborg kunnen bieden dan bijvoorbeeld een gemeente, die in al haar uitgaven niet uit eigen kracht kan voorzien.

Slechts indien de gemeentebedrijven rechtspersoonlijkheid zouden bezitten, zou met het denkbeeld een proef kunnen worden genomen. Thans is noodzakelijkerwijs de gemeente en niet het bedrijf steeds de schuldenaar voor ten behoeve van het bedrijf aangegane leeningen.

Doch naar ik meen, zou de proef — tenzij de tegenwoordige credietpositie sterk zou veranderen — niet gunstig uitvallen.

Duidelijke aanwijzingen hiervoor zijn te vinden in de ervaringen van gemeenschappelijke bedrijven, die rechtspersoonlijkheid bezitten, en van gemengde bedrijven. De gemeenschappelijke bedrijven plegen de benoodigde gelden in den vorm van aandeelen- of leeningkapitaal van de samenwerkende gemeenten te verkrijgen of de gemeenten garandeeren de betaling van rente en aflossing

*) Mr. J. A. de Wilde (in zijn genoemd praeadvies, Gemeentebestuur 1929, blz. 271) achtte ,,het gemotiveerd voor bedrijven op zeer langen termijn te leenen, ten einde het voor de bedrijven benoodigde kapitaal zoo weinig mogelijk te doen rouleeren. Speciaal geldt dit als de rentestand laag is", zie ook blz. 262, 263 en 449.

Zie voorts omtrent dit onderwerp Van Poelje, Nieuwe vragen (1929), De kapitalen der gemeentebedrijven, Korte opstellen over gemeenterecht en gemeentebeleid, 2e bundel 1934, blz. 182 en vlg. .

Door middel van een leeningsfonds (zie blz. 259 en 260) kunnen de verplichtingen van het bedrijf tot aflossing jegens de gemeente losser worden gemaakt.

2) Zie hierover Van Poelje, De kapitalen der gemeentebedrijven, t.a. p. blz. 185.

Sluiten