Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE FINANCIEELE STRUCTUUR

het ovenfonds, waaruit de vernieuwing van den na eenige jaren gebruik versleten binnenbouw der ovens wordt bekostigd.

De grens tusschen afschrijving en onderhoudslast is hier moeilijk te trekken. Men kan even goed spreken van een onderhoud der ovens, dat hun waarde op peil houdt, als van afschrijving van den binnenbouw der ovens. Wordt op den binnenbouw afgeschreven naar het hooge percentage, dat de korte levensduur vordert, dan ontstaat de mogelijkheid van belangrijke schommelingen in den afschrijvingslast, doordat b.v. in het eene jaar met één oven wordt gewerkt en in het andere jaar daarnaast een tweede oven in gebruik wordt genomen om den eersten wat te sparen. Een ovenfonds, waarin jaarlijks een gemiddeld voldoende bedrag wordt gestort, kan dergelijke schommelingen voorkomen.

Wijzigingen In de oorlogs- en na-oorlogsjaren hebben de waarden der geldder^actïva^6 eenheden en daarmede de prijzen der goederen sterke wijzigingen vertoond. Hier te lande is in het bijzonder na de devaluatie van den gulden in 1936 aandacht geschonken aan den invloed, welken de veranderingen in het prijsniveau op de waardeering in de onderneming zouden moeten uitoefenen.

In het algemeen kan de bedrijfsleiding zich bij deze waardeenng op tweeërlei standpunt stellen. Zij kan de waarde van de in het bedrijfsproces verbruikte goederen en diensten en van de nog aanwezige activa bepalen naar de daarvoor aangewende kosten en dus het stelsel van den historischen kostprijs volgen.

Vervangings- Indien zij uitgaat van het beginsel der continuïteit van de onderneming, zal zij in het algemeen uitkomen bij de leer van de vervangingswaarde 1). Volgens deze leer wordt de waarde in het bedrijf bepaald door de vervangingskosten. Om de onderneming te doen voortbestaan zal telkens een nieuw bedrijfsproces moeten worden

1) Van de literatuur noem ik Limperg, De gevolgen van de depreciatie van den gulden voor de berekening van waarde en winst in het bedrijf, en Croin, Gevolgen der muntdepreciatie ten aanzien van duurzame productiemiddelen, in Maandblad voor Accountancy en bedrijfshuishoudkunde 1937, blz. 1 en 118.

Verwant met de vervangingswaardeleer is de uit Duitschland afkomstige organische balansleer, waaraan de naam is verbonden van Prof. Dr. F. Schmidt, (Die organische Bilanz im Rahmen der Wirtschaft, 1922). Ten onzent is deze leer voorgestaan o. a. door Van Overeem: Het financiewezen van de onderneming, deel I, 3e druk, 1928.

Sluiten