Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE FINANCIEELE STRUCTUUR

worden gevonden dan de hoogere afschrijving. Aldus wordt het ontstaan van een verlies, dat bedrijfseconomisch geen verlies is, voorkomen. In hoeverre dit practisch uitvoerbaar is, hangt af van de wijze der financiering van de onderneming.

Het bedrag der vroegere afschrijvingen blijkt thans hooger te zijn dan het daaruit te bestrijden deel der vervangingskosten. Een bezwaar is dit uiteraard niet.

Vervangings- Daargelaten eenige consequenties, welke ik in veel gevallen voor afschrijvingen onverwezenlij kbaar houd, meen ik, dat de leer der vervangingsbij gemeente- waarde in groote trekken juist is te achten ]).

bedrijven. Qok bij gemeentebedrijven zal met haar gelding rekening moeten

worden gehouden, tenminste voor zooveel betreft de vlottende activa, die in één bedrijfsproces worden verbruikt.

In hoeverre zij echter voor de bepaling van de afschrijvingen moet worden toegepast, dient nader te worden onderzocht. Daarbij moet de wijze van financiering der gemeentebedrijven in aanmerking worden genomen. In § 1 van dit hoofdstuk bleek, dat de kapitaalbehoeften van de gemeentebedrijven voornamelijk met leeningsgelden worden bevredigd. Ook indien, naar ik bepleitte, een grootere plaats zou worden ingeruimd aan het eigen kapitaal, zou toch de positie van het vreemde kapitaal wel overheerschend blijven. Dit oefent invloed uit op het karakter der afschrijvingen.

Bij de gemeentebedrijven hebben deze in de eerste plaats de strekking de middelen vrij te maken, noodig voor de regelmatige aflossing van de voor de financiering van de activa gesloten geldleeningen. Voor vervanging van die activa, waarop bepaalde afschrijvingen worden toegepast, zullen de middelen dezer afschrijvingen hoogst zelden kunnen dienen, omdat de leening meest voor een termijn zal zijn gesloten, die overeenstemt met of nabij komt

x) Het inzicht in de juistheid der vervangingswaardeleer wordt wel vertroebeld door de devaluaties der laatste jaren, waarmede beoogd werd het reëele kostenpeil te drukken en welke voor hun welslagen dus geen herwaardeering naar een hoogere vervangingswaarde schenen toe te laten. Deze devaluaties moeten echter worden gezien als een correctie op de voorafgegane daling van het prijsniveau, waardoor de aanschaffingskosten van het verleden, welke bij financiering met vreemd kapitaal de zakelijke bedrijfslasten bepaalden, ver boven de vervangingswaarde waren komen te liggen. In mijn verdere beschouwingen over de beteekenis van de vervangingswaardeleer voor de gemeentebedrijven heb ik dan ook niet het oog op de prijsstijging tengevolge van de devaluatie van 1936, doch veronderstel ik een zuivere prijsstijging.

Sluiten