Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE FINANCIEELE STRUCTUUR

den afschrijvingsduur. Hierdoor wordt de afschrijving naar het verleden, de door de leening gedekte aanschaffingskosten, en niet naar de toekomst, de kosten van vervanging van het actief, georiënteerd.

Bij stijging van het prijsniveau bestaat dus geen op den continuï- Stijging teitseisch gegronde reden de afschrijving te gaan berekenen naar

de vervangingswaarde. Moet het activum vervangen worden, dan zal de oorspronkelijke leening afgelost zijn en wordt (de mogelijkheid van een gedeeltelijke dekking uit eigen middelen even terzijde gelaten) een nieuwe leening tot het thans vereischte, hoogere aanschaffingsbedrag gesloten. Van dat oogenblik, maar niet eerder moet de afschrijving naar de nieuwe aanschaffingskosten worden berekend.

Om de vóór de prijsstijging gedane afschrijvingen behoeft men zich evenmin te bekommeren. De daardoor vrijgekomen afschrijvingen hebben — om het eenvoudigste geval te stellen — reeds gediend tot aflossing van een evenredig deel der leening. Een te weinig aan afschrijvingen, dat gedekt zou moeten worden, ontstaat dus niet door de prijsstijging.

Hebben middelen, door afschrijving vrijgekomen, gediend om de aanschaffing van andere activa tijdelijk te financieren, zoo brengt dit geen verandering. De afschrijvingen op die andere activa zullen geleidelijk de middelen weer vrij doen komen voor de aflossing van de oorspronkelijke leening; zij behoeven niet toe te nemen om in de vervanging van de eerste activa te kunnen voorzien.

Is de aanschaffing gefinancierd met middelen der reserve, dan leidt achterwege laten van herwaardeering en niet-verhooging van de afschrijving tot een nominaal gelijk blijven der reserve. Haar reëele waarde gaat dan inderdaad achteruit en met haar middelen zal in mindere mate dan vóór de prijsstijging de vervanging van activa kunnen worden gefinancierd. Zoodra eigen kapitaal voor de financiering dient en dus geen aflossingsverplichting bestaat, moet de afschrijving gericht zijn op de vervanging.

Het zou tot verwarring in de bednjfsboekhouding leiden, indien, zoolang het eigen kapitaal van ondergeschikte beteekenis blijft, de afschrijvingen naar de vervangingswaarde zouden worden geregeld. Beter is het dan om de afschrijvingen naar de aanschaffings-

Sluiten