Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE FINANCIEELE STRUCTUUR

Bij een particuliere onderneming, die voorzichtig wordt beheerd, spreekt het vanzelf, dat van de winst van het bedrijf (daaronder te verstaan het saldo der winst- en verliesrekening, nadat de noodige afschrijvingen zijn toegepast) een deel niet wordt uitgekeerd, doch wordt gereserveerd.

Bij gemeentebedrijven wordt reserveering niet als zoo normaal beschouwd. Mij zijn gemeenten bekend, die uit de winst van haar bedrijven geen enkele reserve hebben gevormd. Theoretisch vindt deze gedragslijn steun in de opvatting, dat „reserveeren ten behoeve van het bedrijf niet tot de taak en de bevoegdheid van het bedrijf behoort , „dat het in het algemeen plicht van het gemeentebestuur is om het nettobedrag der winstuitkeering in de kas der verbruikshuishouding te storten, teneinde daarmede den last der belastingplichtigen te verlichten en daartegenover uit diezelfde kas de verliezen van de ondernemingen der gemeente te dekken, opdat elk jaar zijn eigen lasten drage en dat „het gemeentebestuur zal hebben te overwegen of, en zoo ja, voor welke doeleinden uit de gewone middelen der gemeente een algemeen reservefonds dient te worden gevormd, dat tevens, zoo noodig, benut kan worden voor de bedrijven der gemeente" 1).

Vatten wij het hoofddoel van reservevorming in het oog, n.1. het scheppen van de mogelijkheid toekomstige verliezen te dekken, dan is deze opvatting — die, laat ik het aanstonds opmerken, niet de mijne is verklaarbaar. Naar hun aard schijnen immers de meeste gemeentebedrijven weinig riskant: zij verkeeren in een monopoliepositie en voorzien in algemeen gevoelde behoeften. Voorts staat achter het bedrijf de gemeente met de draagkracht harer belastingbetalers gereed om een eventueel bedrijfsverlies op te vangen.

De ervaring van de laatste jaren heeft geleerd, dat het ontbreken van risico bij eenige belangrijke soorten van gemeentebedrijven slechts schijnbaar was. De verliezen van gemeentelijke gasbedrijven en tramwegondernemingen hebben bewezen, dat ook monopolies economisch niet steeds onaantastbaar zijn. Gasbedrijven onder-

) Aanhalingen uit een artikel van J. Meijer Azn., Reserves voor gemeentebedrijven W. G. B. 1925, blz. 25. '

Sluiten