Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gemeentebedrijf en zijn afnemers

een Overheidstaak, de behartiging van een publiek belang.

Dit was, naar wij in hoofdstuk II zagen, de rechtsgrond van het gemeentelijk optreden op het economisch terrein, van het niet overlaten der nutsbedrijven aan particuliere ondernemers.

Aldus wordt begrijpelijk, dat terwijl de verhouding van het gemeentebedrijf tot zijn afnemers in het algemeen privaatrechtelijk van vorm is, haar inhoud mede door publieke elementen wordt bepaald.

De privaat- Reeds noemde ik de Ministerieele circulaire van 1876.

rechtelijke Sedert 1920 zondert artikel 275 lid 2 der Gemeentewet uit van de regeling als belasting de betaling, welke de gemeente eischt als exploitante van bedrijven, zooals gasfabrieken, electriciteitswerken, ondernemingen van vervoer, telefoon, waterleidingen.

De betalingen voor de leveringen dezer bedrijven berusten op een privaatrechtelijke overeenkomst1). De overeenkomst kan uitdrukkelijk worden aangegaan, bij een contract, dat beide partijen teekenen, of bij een schriftelijke verklaring van den aspirantverbruiker, dat hij wenscht te worden bediend op de voorwaarden, waarop het bedrijf zich hiertoe bereid heeft verklaard.

In vele gevallen zal zonder dat een contract is gesloten of een verklaring is geteekend, uit de gedragingen der partijen, waarvan de eene levert en de andere afneemt en betaalt, de voor een overeenkomst noodige toestemming kunnen blijken. ^ ... .

De wilsuiting van het bedrijf kan gelegen zijn in of beheerscht worden door een publiekrechtelijk besluit, een verordening. De op een dergelijke verordening gebaseerde overeenkomst is niettemin privaatrechtelijk 2).

Verplichte Een publiekrechtelijke factor wordt in de verhouding gebracht,

aansluiting. wanneer de burger niet meer vrij is in het geven en dus m het weigeren van zijn toestemming tot de overeenkomst. Ten aanzien van

i) Naar ik reeds in hoofdstuk I, § 2 opmerkte, vallen onder de regjingals ^toing de heffingen voor het gebruik van havens, dokken, veren enz.. d.e dikwijls tot de bedoven

Z1)") Al^fenTde publiekrechtelijke aard van de verordening zijn invloed uit, zie blz.

302 en vlg.

Sluiten