Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET GEMEENTEBEDRIJF EN ZIJN AFNEMERS

Ook de bedrijven, waarbij de aansluiting niet verplicht is, kennen aan de meeste afnemers geen of weinig invloed toe op de bepaling van den inhoud hunner overeenkomsten. De leveringsvoorwaarden worden eenzijdig door de gemeente (in hoofdlijnen door den Raad) vastgesteld. De burger kan deze aanvaarden of verwerpen.

Dit is een onvermijdelijk gevolg van den aard van het bedrijf, dat alleen al om administratieve redenen zijn talrijke afnemers naar vaste regels moet bedienen. Het gebrek aan vrijheid heeft 6ok voor de afnemers zijn goede zijde. Het voorkomt bevoordeeling van enkelen, die met meer kennis gewapend, voor zich betere voorwaarden zouden bedingen. Blijkt nu een tarief onjuist en wordt het gewijzigd, dan zal de wijziging voor alle daaronder vallende afnemers gelden.

Dikwijls moeten de afnemers zich niet alleen onderwerpen aan bestaande voorwaarden, doch ook aan wijzigingen daarvan, welke in de toekomst vanwege het bedrijf zouden worden vastgesteld. De waarborg voor een rechtvaardige behandeling van de afnemers moet gezocht worden in de vaststelling van de voorwaarden, eventueel ook in de goedkeuring daarvan door publieke organen. Aldus besliste de Hooge Raad in een geschil over de aansluiting bij een streekwaterleiding1), dat er geen wettelijke bepaling valt aan te wijzen, volgens welke het verboden zou zijn, dat, bij het aangaan eener overeenkomst, de eene partij zich verbindt om zich te gedragen naar door de andere partij nader vast te stellen en door een openbaar lichaam goed te keuren voorwaarden, terwijl dergelijke voorwaarden, wanneer door openbare lichamen tegen misbruik wordt gewaakt, ook geenszins met de goede zeden in strijd kunnen worden geacht.

Al te star mogen de leveringsvoorwaarden niet zijn. Teneinde den afzet te bevorderen geven vele moderne tarieven mogelijkheden aan, waartusschen de afnemers kunnen kiezen. Ook staan de voorwaarden meestal uitzonderingen, door B. en W. of den directeur te regelen, toe voor gevallen, waarin de algemeene tarieven onbillijk zouden werken.

) Arrest van 30 Maart 1931, W. 12266, N. J. 1931, blz. 590, vermeld bij Günther blz. 147.

Sluiten